donderdag 9 september 2021

Henry’s Fence

Ergens in Schotland is een bijzondere vallei. Er stroomt een smal beekje door. Dat is niets bijzonders, maar aan weerskanten van deze beek staat een zwaar, wit hek: Henry’s Fence. Wie Henry was, weet niemand meer, maar het hek staat er nog altijd. Aan de ene kant van de beek loopt tussen het hek en de steile bergwand een smal paadje. Aan de andere kant ligt een langzaam oplopend groen weitje. Verderop is een stenen bruggetje.

Vroeger kwamen hier mensen of groepen mensen met een meningsverschil. Of soms met nog wel meer dan dat. Nadat ze enige tijd aan hun eigen kant van het hek tegen elkaar hadden gescholden, zagen ze meestal het belachelijke van hun positie in en barstte er al snel iemand in lachen uit. Binnen de kortste tijd waren de meesten vrienden voor het leven. De vallei en het hek om de beek werden in heel Groot Brittannië bekend als een plek waar je je onenigheden kon oplossen. Honderden jaren lang was de vallei daarom drukbezocht.

Schotland is wat ver weg voor ons, maar we kunnen de situatie natuurlijk wel nabootsen. Zet twee stoelen met de zittingen tegen elkaar. Plaats op elke stoel iemand die niet bij de ruzie is betrokken is, om te voorkomen dat de ruziemakers elkaar vooraf met de stoelen om de oren gaan slaan. Laat de twee kemphanen achter de stoelen plaatsnemen om hun grieven naar elkaar te uiten. Waarschijnlijk barsten ook zij binnen vijf minuten in lachen uit. Probleem opgelost. 

Mensen die dit verhaal hebben gelezen, hoeven er alleen maar aan terug te denken en ze vallen elkaar al om de nek. 

zondag 11 oktober 2020

Zweven

Vannacht leerde ik door een toeval zweven. Ik liep in mijn pyama rondjes op een hoogpolig tapijt terwijl een stuk of vijf Turkse mannen in de kamer gezellig rond een tafel zaten te kletsen met veel eten en drinken. Het gevoel aan mijn blote voeten was heel prettig, maar na nog een paar rondjes kreeg ik in de gaten dat ik het tapijt minder goed voelde. Ik strekte mijn voeten als een ballerina, maar ook dat was op een bepaald moment niet meer voldoende; ik besefte dat ik loskwam van het tapijt. 

De mannen lachten toen ik hen riep en naar mijn voeten wees maar ze hadden maar kort belangstelling voor mijn sensationele situatie, draaiden hun hoofden weer naar elkaar en gingen door met hun vrolijke gesprek. Ik merkte ondertussen dat ik mijn benen op kon trekken. Op een meter hoogte zweefde ik zachtjes mijn rondjes boven het tapijt. Een geweldig sensatie die verder waarschijnlijk alleen ruimtevaarders kennen. Misschien waren die Turkse mannen voormalige ruimtevaarders, dat zou hun gebrek aan belangstelling verklaren. 

Ik werd langzaam wakker en wilde mijn kunst van het zweven graag meenemen van de nacht naar de dag. Het duurde even voor ik me realiseerde dat dat niet lukt. 

zondag 10 mei 2020

Bonange

We trekken door het voorgebergte van een land dat Frankrijk zou kunnen zijn. De sfeer in de groep is grimmig; al dagen worden er geen liederen meer gezongen tijdens het marcheren. Het is overigens meer strompelen nu, de zon brandt onbarmhartig op onze hoofden en de dagmarsen zijn lang, zo vreselijk lang, zeker net zo lang als eerder in het vlakke land.

Gisteren zijn we een witkolkende rivier over gestoken, later moesten we weer terug door het koude water, omdat het pad dat de verkenners ons hadden gewezen toch doodliep in een ravijn. Eén van de mannen stapte in een kuil en werd meegesleurd door het water. We hebben hem niet meer teruggezien. Even dreigde er rebellie, maar na wat gemopper en gescheld, vooral op onze bebaarde hoofdman en de verkenners, kwam bij de meesten het gezonde verstand weer boven; we moeten verder en snel ook.

Ik schrijf dit in een, verder leeg, notitieboek, dat ik in mijn ransel heb gevonden. Behalve dit boek bevat mijn reistas alleen wat kleren, een scheerdoos, een portefeuille met een schrijfstel en een potje inkt, een paar metalen pennen, een lakstempel met een wapen en zegellak en een boekje in een vreemde taal met het woord ‘breviarium’ op het lederen omslag. Wat is een breviarium en wat moet het in mijn ransel? In het wapen van het lakstempel staan twee harpen en onderin, onder een keper, een bloem of iets dergelijks. Links en rechts van het wapen staan de letters R en V. Van wie is dat wapen en van wie zijn die initialen? 

(Even geen inspiratie, daarom de eerste alinea’s van het boek Bonange, gebaseerd op een droom en al vier jaar ‘onder constructie’.) 

Vakantievriend

Ik speelde als kind eigenlijk alleen maar met Peter. Peter woonde direct achter mij, aan een andere straat maar we gebruikten dezelfde poort. Onze tuindeuren waren tegenover elkaar. Verder waren er nog Hansje, Hans en Petra. Die hoorden er ook bij maar waren toch niet als Peter. 

In de zomervakantie ging iedereen een paar weken weg. Uiteraard werd dat niet afgestemd door de ouders. Stom eigenlijk. En zo kwam het voor dat het zomervakantie was en jij als enige thuis was. Meestal niet meer dan een week maar het leek een onoverbrugbare periode. Na een dag sip zijn, zocht je dan maar andere kinderen op uit de buurt. Zo trok ik een aantal dagen op met Henny. Hij woonde schuin tegenover ons. Een enorm dikke jongen. Wij hadden allemaal flauwe bijnamen voor hem. Ik zal ze hier niet opschrijven. Waarom waren kinderen zo gemeen toen? 

Henny bleek een bijzondere jongen. Hij had speelgoed dat ik nog nooit had gezien. Veel technische dingen. Henny was al de trotse bezitter van de elektrische trein van LEGO bijvoorbeeld. Zo ver waren wij nog lang niet. Hij was enigst kind. Zijn ouders waren blij dat ik over de vloer kwam want Henny had geen vrienden. Ik kreeg heerlijke chocolademelk en snoep dat ik niet kende. Vanuit zijn grote kamer aan de straat kon ik naar mijn eigen huis kijken. 

Maar Peter kwam na een paar dagen weer thuis. Ik was dolgelukkig en ging nooit meer naar Henny. 

zaterdag 9 mei 2020

Patronen

Het was druk bij de landwinkel. De laatste weken gingen wij er aardbeitjes halen en was er niemand. Maar de winkel bij de kwekerij heeft nu ook wat groenten, naast het fruit en de aardappelen, en dat nieuwtje ging kennelijk snel rond. De vrouw van de kwekerij en haar dochter bestieren het winkeltje en hebben de regels net op tijd op de deur geplakt; niet meer dan drie klanten in de winkel. 

Antonette kon snel naar binnen en ik bleef bij de fietsen. De rij voor de deur groeide snel, een oudere man met zijn kleinkind(?), een vrouw met een mobieltje aan het oor, nog een, wat gezette, man en even later een middelbare vrouw. Onrustig schuifelden ze op de smalle oprit van de kwekerij naar perfecte driehoekjes met gelijke zijden, maar als er een fiets of een auto langs kwam, bleken de zijden toch wat rekbaar. 

Eén van de klanten die al geholpen was, een moeder van een vroegere leerling van Antonette, bleef binnen even staan praten en dat zorgde voor zichtbare onrust bij de buitenwachters. Het is toch al moeilijk om in een driehoekje duidelijk te maken wie er als eerste naar binnen mag. 

Toen er ook nog een vrachtwagen het terrein op wilde draaien en de vrouw met het mobieltje én haar auto moest verzetten én nog een bekende uit de kas zag komen, spatte het geometrische patroon dan ook definitief uit elkaar.

Combineren

Gisteren vertelde een collega dat ze een prachtig appartement had gekocht op de vijftiende verdieping van een nieuw te bouwen complex in Amsterdam. Het zou nog twee jaar duren voor zij er in kon, maar het vooruitzicht was ook al best fijn. Ze zou straks een prachtig uitzicht hebben over Amsterdam en de polders.

Een tweede collega vertelde in een andere videochat dat ze woonde aan de rivier. Trots draaide ze haar laptop. Vanuit haar keukenraam keek ik even mee naar het water. Er kwamen bootjes voorbij. Aan de overkant was een wandelpad en daarachter niets meer. Alleen maar groen, koeien en wat weidevogels. Idyllisch.

Vannacht droomde ik dat ik zo'n huis had gekocht aan een rivier met prachtig uitzicht over het water. Maar ik was er nog niet ingetrokken of ze begonnen aan de andere kant van het water met de bouw van een flat. Echt precies voor m'n neus. Op het bord van de aannemer was te zien dat het een gebouw zou worden van vijftien etages. Daar moest ik een stokje voor steken. Desnoods met geweld. In mijn droom maakte ik wilde plannen en schakelde ik een groep dubieuze vrienden in.

Ik werd wakker en ik dacht, zo werken schrijvers en filmmakers natuurlijk. Ze combineren gewoon een paar suffe losse verhalen tot een spannend plot.

vrijdag 8 mei 2020

Fonduevork

Ik ben C-info-moe. Al een paar weken. Voor ik in de krant ander nieuws tref, ben ik ruim voorbij de helft. Vandaag: de KLM, C in cijfers (het na-ijleffect van Bevrijdingsdag), mondkapjes van t-shirts. He, gelukkig, een stuk over Brabant. Het CDA en Forum zijn goed voor de boeren. En weer door met de C-app voor het OV. Uitvaartvaartverzorgers in C-tijd. Vier volle pagina’s C in Berlijn met schapen op de muur. Zoiets. Ook de Ramadan is nu anders. Fijn. De 1,5-meter-democratie. Hou op. 

Op pagina 19 ben ik inmiddels en 'C in de sport' moet nog komen. Op de volgende pagina weer iets anders gelukkig. Venezuela en Maduro. Alles beter dan C-nieuws. Zowaar vier pagina’s met andere berichten. Maar daar gaan we weer. Eerst de overlijdensberichten; C-doden ongetwijfeld. Een redactioneel commentaar over het virusbeleid van het kabinet. Een Canadese schrijver over de lockdown. En ja, daar zijn ze; de sporters. Als koeien die de wei in mogen. We sluiten het katern af met Stella. Elektrisch fietsen: juist nu.

Maar we hebben de bijlage nog. De mopperende cultuursector. Drie pagina’s over lijstjes maken. Drie? Ik blader door. Vier, vijf, zes zeven acht negen tien. Echt waar. Check maar. Tenslotte mag Mensje van Keulen nog even wat zeggen en dan zijn we bij het weer en het recept van de dag (Asperges met brokkelkaas). De puzzels en, hehe, Dag In Dag uit. Met De Speld over kappers en C. Grrrr!

Gummbah als laatste: 'Ze eten zogenaamd alleen vis. Nou, ik heb gisteren toevallig met een otter zitten kaasfonduen en meneer vrat er z’n fonduevork nog net niet bij op.' Ik zal het er mee moeten doen vandaag.