zondag 10 mei 2020

Bonange

We trekken door het voorgebergte van een land dat Frankrijk zou kunnen zijn. De sfeer in de groep is grimmig; al dagen worden er geen liederen meer gezongen tijdens het marcheren. Het is overigens meer strompelen nu, de zon brandt onbarmhartig op onze hoofden en de dagmarsen zijn lang, zo vreselijk lang, zeker net zo lang als eerder in het vlakke land.

Gisteren zijn we een witkolkende rivier over gestoken, later moesten we weer terug door het koude water, omdat het pad dat de verkenners ons hadden gewezen toch doodliep in een ravijn. Eén van de mannen stapte in een kuil en werd meegesleurd door het water. We hebben hem niet meer teruggezien. Even dreigde er rebellie, maar na wat gemopper en gescheld, vooral op onze bebaarde hoofdman en de verkenners, kwam bij de meesten het gezonde verstand weer boven; we moeten verder en snel ook.

Ik schrijf dit in een, verder leeg, notitieboek, dat ik in mijn ransel heb gevonden. Behalve dit boek bevat mijn reistas alleen wat kleren, een scheerdoos, een portefeuille met een schrijfstel en een potje inkt, een paar metalen pennen, een lakstempel met een wapen en zegellak en een boekje in een vreemde taal met het woord ‘breviarium’ op het lederen omslag. Wat is een breviarium en wat moet het in mijn ransel? In het wapen van het lakstempel staan twee harpen en onderin, onder een keper, een bloem of iets dergelijks. Links en rechts van het wapen staan de letters R en V. Van wie is dat wapen en van wie zijn die initialen? 

(Even geen inspiratie, daarom de eerste alinea’s van het boek Bonange, gebaseerd op een droom en al vier jaar ‘onder constructie’.) 

Vakantievriend

Ik speelde als kind eigenlijk alleen maar met Peter. Peter woonde direct achter mij, aan een andere straat maar we gebruikten dezelfde poort. Onze tuindeuren waren tegenover elkaar. Verder waren er nog Hansje, Hans en Petra. Die hoorden er ook bij maar waren toch niet als Peter. 

In de zomervakantie ging iedereen een paar weken weg. Uiteraard werd dat niet afgestemd door de ouders. Stom eigenlijk. En zo kwam het voor dat het zomervakantie was en jij als enige thuis was. Meestal niet meer dan een week maar het leek een onoverbrugbare periode. Na een dag sip zijn, zocht je dan maar andere kinderen op uit de buurt. Zo trok ik een aantal dagen op met Henny. Hij woonde schuin tegenover ons. Een enorm dikke jongen. Wij hadden allemaal flauwe bijnamen voor hem. Ik zal ze hier niet opschrijven. Waarom waren kinderen zo gemeen toen? 

Henny bleek een bijzondere jongen. Hij had speelgoed dat ik nog nooit had gezien. Veel technische dingen. Henny was al de trotse bezitter van de elektrische trein van LEGO bijvoorbeeld. Zo ver waren wij nog lang niet. Hij was enigst kind. Zijn ouders waren blij dat ik over de vloer kwam want Henny had geen vrienden. Ik kreeg heerlijke chocolademelk en snoep dat ik niet kende. Vanuit zijn grote kamer aan de straat kon ik naar mijn eigen huis kijken. 

Maar Peter kwam na een paar dagen weer thuis. Ik was dolgelukkig en ging nooit meer naar Henny. 

zaterdag 9 mei 2020

Patronen

Het was druk bij de landwinkel. De laatste weken gingen wij er aardbeitjes halen en was er niemand. Maar de winkel bij de kwekerij heeft nu ook wat groenten, naast het fruit en de aardappelen, en dat nieuwtje ging kennelijk snel rond. De vrouw van de kwekerij en haar dochter bestieren het winkeltje en hebben de regels net op tijd op de deur geplakt; niet meer dan drie klanten in de winkel. 

Antonette kon snel naar binnen en ik bleef bij de fietsen. De rij voor de deur groeide snel, een oudere man met zijn kleinkind(?), een vrouw met een mobieltje aan het oor, nog een, wat gezette, man en even later een middelbare vrouw. Onrustig schuifelden ze op de smalle oprit van de kwekerij naar perfecte driehoekjes met gelijke zijden, maar als er een fiets of een auto langs kwam, bleken de zijden toch wat rekbaar. 

Eén van de klanten die al geholpen was, een moeder van een vroegere leerling van Antonette, bleef binnen even staan praten en dat zorgde voor zichtbare onrust bij de buitenwachters. Het is toch al moeilijk om in een driehoekje duidelijk te maken wie er als eerste naar binnen mag. 

Toen er ook nog een vrachtwagen het terrein op wilde draaien en de vrouw met het mobieltje én haar auto moest verzetten én nog een bekende uit de kas zag komen, spatte het geometrische patroon dan ook definitief uit elkaar.

Combineren

Gisteren vertelde een collega dat ze een prachtig appartement had gekocht op de vijftiende verdieping van een nieuw te bouwen complex in Amsterdam. Het zou nog twee jaar duren voor zij er in kon, maar het vooruitzicht was ook al best fijn. Ze zou straks een prachtig uitzicht hebben over Amsterdam en de polders.

Een tweede collega vertelde in een andere videochat dat ze woonde aan de rivier. Trots draaide ze haar laptop. Vanuit haar keukenraam keek ik even mee naar het water. Er kwamen bootjes voorbij. Aan de overkant was een wandelpad en daarachter niets meer. Alleen maar groen, koeien en wat weidevogels. Idyllisch.

Vannacht droomde ik dat ik zo'n huis had gekocht aan een rivier met prachtig uitzicht over het water. Maar ik was er nog niet ingetrokken of ze begonnen aan de andere kant van het water met de bouw van een flat. Echt precies voor m'n neus. Op het bord van de aannemer was te zien dat het een gebouw zou worden van vijftien etages. Daar moest ik een stokje voor steken. Desnoods met geweld. In mijn droom maakte ik wilde plannen en schakelde ik een groep dubieuze vrienden in.

Ik werd wakker en ik dacht, zo werken schrijvers en filmmakers natuurlijk. Ze combineren gewoon een paar suffe losse verhalen tot een spannend plot.

vrijdag 8 mei 2020

Fonduevork

Ik ben C-info-moe. Al een paar weken. Voor ik in de krant ander nieuws tref, ben ik ruim voorbij de helft. Vandaag: de KLM, C in cijfers (het na-ijleffect van Bevrijdingsdag), mondkapjes van t-shirts. He, gelukkig, een stuk over Brabant. Het CDA en Forum zijn goed voor de boeren. En weer door met de C-app voor het OV. Uitvaartvaartverzorgers in C-tijd. Vier volle pagina’s C in Berlijn met schapen op de muur. Zoiets. Ook de Ramadan is nu anders. Fijn. De 1,5-meter-democratie. Hou op. 

Op pagina 19 ben ik inmiddels en 'C in de sport' moet nog komen. Op de volgende pagina weer iets anders gelukkig. Venezuela en Maduro. Alles beter dan C-nieuws. Zowaar vier pagina’s met andere berichten. Maar daar gaan we weer. Eerst de overlijdensberichten; C-doden ongetwijfeld. Een redactioneel commentaar over het virusbeleid van het kabinet. Een Canadese schrijver over de lockdown. En ja, daar zijn ze; de sporters. Als koeien die de wei in mogen. We sluiten het katern af met Stella. Elektrisch fietsen: juist nu.

Maar we hebben de bijlage nog. De mopperende cultuursector. Drie pagina’s over lijstjes maken. Drie? Ik blader door. Vier, vijf, zes zeven acht negen tien. Echt waar. Check maar. Tenslotte mag Mensje van Keulen nog even wat zeggen en dan zijn we bij het weer en het recept van de dag (Asperges met brokkelkaas). De puzzels en, hehe, Dag In Dag uit. Met De Speld over kappers en C. Grrrr!

Gummbah als laatste: 'Ze eten zogenaamd alleen vis. Nou, ik heb gisteren toevallig met een otter zitten kaasfonduen en meneer vrat er z’n fonduevork nog net niet bij op.' Ik zal het er mee moeten doen vandaag.

Tien kilometer

Het eerste jaar van mijn middelbare schooltijd zat ik op het Reformatorisch College Blaucapel. Klinkt mooi maar ik voelde me in eerste instantie flink de sjaak. Ik woonde in het zuiden van Utrecht en Blaucapel was in Overvecht. Utrecht-Noord dus.

In de zomer fietsten mijn vader en ik op proef twee keer de route van tien kilometer. Ik deed mijn best om het te onthouden, maar ik was er niet gerust op. De week voor de start van het schooljaar kreeg ik een nieuwe fiets, een donkerblauwe Gazelle waar ik tot mijn dertigste op heb gereden. Dat was dan wel weer fijn.

Ik vond het altijd een rot eind. Het stuk door mijn eigen wijk ging nog wel. Dat was thuis. Daarna kwamen de singels. Lekker fietsen onder de bomen door een mooi stukje Utrecht. Maar het laatste deel was een ramp. Ik raakte in die wijk vaak de weg kwijt en voelde mij er totaal niet op mijn gemak. De straten bogen er verwarrend de verkeerde kant en hadden dreigende namen als F.C. Donders en Buys Ballot.

Nog even doortrappen en ik was er.

donderdag 7 mei 2020

Continentpainting

In 1963 was ik klaar met rekenen. Alle rekensommen die de 3de Da Costaschool mij kon bieden had ik gemaakt. In het schrift stond achter (bijna) elk rijtje een krul. Maar de lagere schooltijd was nog niet om en het rekenschrift nog niet vol. Op de resterende bladzijden begon ik in de rekenuren verhalen te schrijven. Ik was toen al liefhebber van Skiense Fiksjen. En van violet.
Dit is het tweede verhaal in het schrift. Het eerste is een probeersel.


Sinds hij op Gazon-5 was, had Hengst Wildebruin nog maar drie keer aan continentpainting meegedaan. Maar omdat hij van Zon-3 kwam en het al bijna een half jaar geleden was, was hij wel verplicht zich vandaag bij het bureau van de continentschilderingen te melden.

De receptioniste zocht zijn kaart op in het systeem en vroeg hem naar zijn voorkeur. Hengst vroeg om violet. Hij vroeg altijd om violet, maar die kleur was hem nog maar één keer toegewezen. Hij keek het jonge meisje maar eens lief aan en schoof wat geldbiljetten over de tafel. 

Een paar uur later stond hij in de aankomsthal van het vliegveld van violetcontinent. Op vertoon van zijn schilderspas kreeg hij het sleuteltje van een hoover-met. Hij had natuurlijk ook een hoover-zonder kunnen nemen, maar nu kon hij tenminste gelijk door naar het gebied dat hem was toegewezen.

Het was al laat toen hij aankwam, te laat om nog te beginnen. Hengst zette zijn tent op en viel als een blok in slaap. De volgende ochtend pakte hij de spullen uit de achterbak van de hoover en liep op de dichtstbijzijnde rotsblok af. Hij doopte zijn kwast in de verfpot en begon over de oude verf een nieuwe laag violet te schilderen.

Droomhuis gezocht (2)

Ik ben geen enorme reiziger. Niet elke maand een stedentrip of een bezoek aan Thailand of zo. Thuis is meestal goed genoeg. Dat thuiswerken gaat daarom waarschijnlijk ook zonder problemen. Je bent een huismus of je bent het niet.

Maar de laatste jaren kriebelt het zuiden van Europa als een Middellands zeegolfje aan m'n tenen. Hoe zou dat zijn? Stoppen met werken en een eenvoudig huis kopen in Italië of Portugal. Altijd lekker weer, een huis om in te klussen, een tuin met groenten en fruit. En natuurlijk een schilderachtig dorp waar je iedereen kent en waar je elke dag op dezelfde tijd en aan hetzelfde tafeltje een witte wijn drinkt op een terras met de hond tevreden aan je voeten. Ik ben in de bloei van mijn leven, vind ik zelf. Waarom zou ik het niet doen? 

Het idee was om mij in deze tijd te gaan oriënteren. Ik zou zo graag al eens op zoek gaan. Met het vliegtuig naar Puglia of de Algarve. Woningen kijken, met locals praten... Als compensatie lees ik veel boeken die zich in het zuiden afspelen en kijk ik naar  tv-programma's die over zo'n avontuur gaan. Gewoon in mijn eigen huis. Eigenlijk net zo fijn.

woensdag 6 mei 2020

What comes after dawn?

Geen inspiratie vandaag. Wat doe je dan? De hulp inroepen van een schrijfrobot natuurlijk. GPT-2 in dit geval. De titel en de vertaling van onderstaande tekst zijn van mij. GPT-2 is op de titel gaan voortborduren:

Wat komt er na zonsopgang?
"Iedereen, stop alsjeblieft, laat me jullie nog één keer toespreken." 

Lü Dong keerde ondertussen terug naar de bestuurdersstoel. De rijbaan ging over in een breed recht pad. Lü, die sinds 1958 een V-12 bestuurde had geen behoefte aan meer instructie. De onheilspellende schaduw, die door de zee werd geworpen, spreidde zich achter hem uit als een rij omgehakte bomen en veranderde de hele weg in een stomme muil. De nacht naderde al richting de horizon. Net als de avond daarvoor, bij de autodealer, was het al bijna helemaal donker. 'De oceaan heeft het laatste licht opgeslokt.' Binnen enkele ogenblikken zou Lü Dong de weg en de zwakke lichten langs de weg niet meer kunnen zien. Inmiddels waaide er een kille wind over de, door de zon gebakken, vlaktes van de Centraal-Afrikaanse Republiek, één van de plekken die na een staatsgreep in 2007 verwoest was door geweld en chaos.

"We zijn naar onze uithoek van de wereld gekomen en deze epidemie gaat sneller dan welke dan ook." Prins Charles had zich al veel vaker uitgesproken over Ebola. Dit was de tweede dag van 'The Ebola Fighters: Fighting to Stop Ebola's Reach Across Africa', een bijeenkomst voor leiders van over de hele wereld, uitgenodigd door de organisatie Artsen zonder Grenzen.

Spijkerband

Ik zocht in de bouwmarkt naar iets waarmee ik een kachelpijp op het dak kon vastzetten. Door een kleine verbouwing stond het niet meer vast en bij een flinke storm zou het wel eens om kunnen waaien. Maar de buis had blijkbaar een afwijkende maat want niets paste. Dan toch maar naar een medewerker. Zo te zien was dit een vent die wel eens met dat bijltje had gehakt. Hij wees mij op spijkerband. Daar had ik echt nog nooit van gehoord. Spijkerband?

Het zit op een zware rol en bestaat uit een metalen strip met veel gaatjes. Verzinkt, dus je kunt het ook prima buiten gebruiken. De strip kun je buigen en door herhaaldelijk op en neer te bewegen, afbreken op de gewenste lengte. Vervolgens haal je je vingers open aan de scherpe uiteinden, maar dat terzijde. Het stuk strip dat je nu in je bebloede handen hebt, kun je gebruiken om iets mee vast te zetten. Door de gaten hengst je spijkers of schroeven en verbind je iets voor eeuwig aan elkaar. 

Ik doe er alles mee. Uit elkaar vallende stoelen repareren, de verrotte tuinbank een tweede leven geven... Alles wat los zat, zit nu weer vast. En die kachelpijp op het dak dus ook. Ik zeg, een echte klussert ken niet zonder spijkerband.

dinsdag 5 mei 2020

De kroontjespen

We zaten mit tweeën ien de bank,
mit één inktpot vur ons beien
Mar we hadden eiges unne inktlap,
woar we de pen op leien.

't Was 'n mooie kroontjespen,
mit 'n penhouwer van hout.
Zo'n héél klein, mooi spits penneke,
nij leek ie wel van goud.

En es ge d'r mee ging schrieven,
werd ie èrst ien de inkt gedoopt.
Vurzichtig precies tot 't gètje,
zodèt de inkt nie droop.

We schreven heel mooi dik en dun,
Ja, dèt zagen we toen wel zitten.
Soms makten we de pen èfkes nat,
mit wà spierts van de lippen.

En was de inktpot helemoal vol,
dan moeste heel goed uutkieken.
Aanders kreegde 'n vlek ien 't schrift
en konde alles overschrieven.

Mar hadden we de les afgemakt,
en mit vloeipapier gedreugd.
Dan leien we 't penneke wèr op de lap
en dèt gaf je dan veul vreugd.

Zo zaten we vroeger ien de klas,
nut één inktpot vur ons beien.
En 'n gekleurde inktlap van ons thuus,
woar we trots de kroontjespen op leien.

Jan Albers

Enige tijd geleden overleed Jan Albers (bijnaam Jan mit ’t Roakeliezer). Hij was o.a. kenner van het Weurtse dialect. Dit gedicht is van Jan.


Held

Het was een indrukwekkende bijeenkomst. Dat lege plein, die paar mensen die goed uitgelijnd van elkaar stonden, het katheder dat telkens tussendoor door een snelle jongen met een vochtig doekje werd afgenomen... En heerlijk, niet dat irritante inzoomen op bijdehante kinderen uit Amsterdam-Zuid.

Ik vond dat hij het netjes deed, onze koning, gisteren. Het aardige van Willem-Alexander is dat hij zo eenvoudig peilbaar is. Je ziet waar hij aan denkt. Die vijf belangrijke mensen om hem heen bleven serieus en ingetogen. Hij houdt dat niet vol en na een paar minuten gaat zijn blik toch langs de duiven op de bovenrand van de gebouwen om hem heen. Het is niet dat hij zich verveelt. Hij doet echt z’n best. Zijn moeder kon gewoon een uur strak voor haar uitkijken bij zoiets. Die had je graag even in haar zij geprikt. Piep!

Het is makkelijk grapjes maken om de koning maar laten we ook maar een keer trots zijn. Hij zei wel mooi iets over al die Nederlanders die tijdens de oorlog met hun handen in de zakken aan de zijlijn bleven staan. Veel mensen zullen gisterenavond gedacht hebben, daar zou ik misschien ook bij hebben gehoord, met mijn mooie praatjes.

En toen ook nog zoiets over zijn eigen familie. Het waren nog geen letterlijke excuses voor de vlucht naar Engeland maar het kwam er beslist dicht in de buurt. Je voorouders waren niet de grootste helden, Willem. Jij was het nu wel.

maandag 4 mei 2020

Waarom?

Afgelopen zaterdagmiddag waren we even op het pleintje voor de AH. Bij het kaasboertje was het rustig. Antonette wilde wat noten halen voor het weekend. Zij ging naar binnen en ik bleef, zoals we hebben afgesproken, buiten. Ik heb met verbazing om me heen gekeken.

Het was voor de deur van Appie drukker dan op de eerste rij bij een optreden van de Jeugd van Tegenwoordig of Coldplay. Waarom? Waarom moet iedereen opeens weer op zaterdagmiddag boodschappen doen? En niet meer alleen, hè; met het hele gezin. Gezellig!

Zondagmiddag gingen we even fietsen op de dijk. Wij waren bijna de enigen die, tussen racende motorrijders door, probeerden afstand te houden van de mededijkgebruikers. Wat is er veranderd sinds vorige week?

Volgens mij niets. Of toch? Vorige week is er onduidelijkheid in de afspraken geslopen. Vorige week zijn andere landen voorzichtig weer open gegaan. Vorige week mochten de kinderen weer. En dat kunnen Nederlanders niet handelen. Zij wel, dan wij ook. F*ck Corona!

Coronavissen

Het kan natuurlijk niet maar het lijkt of mijn vissen ook worden meegesleept in de crisis. Normaal jagen ze de hele dag achter elkaar aan en bijten zij in alle planten, vinnen en staarten die ze al zwemmend tegenkomen. Maar de afgelopen weken houden zij opvallend meer afstand van elkaar. Niet anderhalve meter want dat is lastig in een aquarium van 40 centimeter maar toch zeker wel een vislengte. Ze zwemmen waardiger rond en lijken meer rekening te houden met elkaar.

Zouden ze iets hebben meegekregen van Rutte en RIVM? De enige andere reden die ik kan bedenken, is dat ik de nu de hele dag thuis ben. Dat zijn ze niet gewend. Misschien geeft het rust. Beetje afleiding. Of denken ze veel vaker dat het wezen van buiten die glazen muren er aan komt en dat ze zich moeten gedragen? Vissen hebben altijd honger. Allemaal netjes zwemmen jongens, bluppen ze naar elkaar! Even niet zo bijterig doen. Kijk ons eens braaf zijn en naar u luisteren, grote visvoergod. Geef ons onze dagelijkse korreltjes. 

zondag 3 mei 2020

Alledaagse dingen (theebuiltjeslabeltje 3)

‘Welke alledaagse dingen maken je gelukkig?’ Ik krijg wat van die labeltjes. Alledaagse dingen? Een pot pindakaas, een strijkijzer, een handdoek, een pen etc. etc.? Kan je daar gelukkig van worden? Ik denk nooit: ‘Hè fijn, een pen.’ Wel eens: ‘Hé, dit is een fijne pen.’ 

Maar dat bedoelt Douwe Egberts (want die is het) waarschijnlijk niet. In z’n algemeenheid durf ik te zeggen dat ik blij ben met alledaagse dingen. Een toilet en een douche. Nog steeds zijn er vele miljoenen mensen die zonder moeten. Die zetten we dus op het lijstje. We komen er wel.

Een matras. Je zal toch op de harde grond moeten slapen. Blij dus met een matras. Eten, lucht, schoon water. Je komt dan al snel bij dat soort dingen. Vuur. Van Gronings, Noors of Russisch aardgas dat maakt me niets uit. Gelukkig heb ik dat allemaal. 

Is dat de bedoeling van Douwe? Dat ik weer eens met de neus op die feiten wordt gedrukt? Dat het allemaal niet vanzelfsprekend is? Nou; dat is dan gelukt. Maar of dat nou de missie van een theeboer moet zijn … 

Draadloos genieten

Mijn huis moet draadloos zijn. Ik kan er slecht tegen als ik ergens snoeren zie lopen. Netwerk, stroom, coax.. Weg er mee. Ik ben er goed in, al zeg ik het zelf. Ik zou er mijn beroep van kunnen maken. Draadwegwerker. 

Door het thuiswerken heb ik nu ineens extra oplaadkabels voor mijn twee laptops in het zicht. De eettafel is namelijk ook mijn bureau. Tiny houses zijn hip. Door de lucht opladen kan nog niet. Dus kan ik obsessief bezig zijn met het wegwerken van al die verbindingen. Nog niet helemaal gelukt maar ik ben best als ver al zeg ik het zelf. Onder het tafelblad bevindt zich nu een soort spoorwegemplacement van vastgeklemde draden en transformators. Netjes vastgezet met draadklemmen en spijkerband. Redelijk veilig ook. Alles komt uit in een klein doosje boven op de tafel. Daarin zitten de laatste uiteinden naar de laptops. 

Niets meer in het zicht. Hoe fijn is dat. Ik zou u het graag laten zien, maar dat kan dus niet. Wat kan een mens tevreden zijn met dat wat ontbreekt...

zaterdag 2 mei 2020

Stilstaan

‘Als stilstaan achteruitgaan is, sta je dan wel stil?' De tekst stond op het scheurkalenderblaadje van 27 april. Deze woorden staan garant voor een goede stoelgang. Alvast voor een lange. Over zo’n simpele tekst kan ik echt uren nadenken. Het is een paradox. Of zoiets. Bob weet dat wel. Net zoiets als dat oneindig niet bestaat. Iets met hotelkamers.

Als stilstaan achteruitgaan is, dan moet je vooruit bewegen om stil te staan. Toch? Daarmee bewijs je dan dat vooruitgaan is gelijk aan stilstaan en stilstaan was al gelijk aan … Kortom: vooruitgaan is ook achteruitgaan. 


Het is sowieso natuurlijk niet letterlijk bedoeld. Maar ook als het figuurlijk is bedoeld gaat de redenering op, toch? Of raak ik nu echt de weg kwijt? Veel te diepzinnig, zo'n tekst. Wie heeft die eigenlijk geschreven? Ik kan het niet meer terugvinden. 


Wat ik wel vind, is dat we na deze crisis maar eens een tijdje moeten stilstaan. Een paar pasjes stilstaan in de goede richting. Juist nu.


Suppen

Terwijl ik langs het water wandelde, passeerde mij een peddelsurfer van een jaar of dertig. Nou ja, eigenlijk passeerde ik hem. Peddelsurfen gaat namelijk supersloom. Echt vaart kun je door dat staand roeien niet maken. Deze man had ook nog eens wind en stroming tegen. Hij was vast eerst de andere kant op gepeddeld en nu moest hij weer terug. Beetje zinloze bezigheid op zich. 

Hij zag mij ook en groette met een knikje. Zijn blik was er een van, kijk mij eens stoer op deze plank staan zonder te vallen. Mij kan niets gebeuren. Hij had gewone kleren aan. Een keurig shirt en jeans. geen surfpak of wetsuit. Even verderop stond een fiets tegen een paal met voor in het mandje witte sneakers en sokken. Helemaal zeker van dat nooit omvallen was hij blijkbaar toch niet geweest. Of hij had op blote voeten gewoon meer grip. 

vrijdag 1 mei 2020

Boomkwakbol

In het najaar van 1963, ik was toen net 12 jaar oud, en in februari 1968, 16 jaar inmiddels, werd ik door mevrouw Scholten van de Christelijke Stichting voor School- en Beroepskeuze getest voor respectievelijk een school- en een beroepskeuze. Meneer Köhler maakte er in beide gevallen een fijn verslag van.

‘Hans is een vriendelijke en opgewekte jongen,’ schrijft meneer Köhler in 1963 namens mevrouw Scholten, ‘hij heeft voldoende zelfvertrouwen en is voldoende zelfstandig. Hij neemt soms een wat laconieke houding aan. Details vindt Hans niet altijd interessant. Het technisch inzicht is voldoende, maar hij is geen technisch type. De kleurzin is niet sterk. Er is wel voldoende gezond verstand.’ Altijd handig om te weten. ‘Advies: Hans kan naar de HBS, de B-richting is ook mogelijk.’

Dat werd het dus; de HBS en de B-richting. Maar na bijna twee jaar aanmodderen in de eerste klas werd het toch de Mulo. De A-richting. Te veel details, denk ik, op de HBS.

Mevrouw Scholten leert intussen ook niet snel. Bijna vijf jaar later laat ze, na de beroepskeuzetest, meneer Köhler noteren: ‘Zijn intelligentie ligt op een voldoende HBS-peil, maar door zijn werkpatroon blijft hij beneden zijn kunnen. Hij kan nog al ontmoedigd reageren wanneer iets niet gemakkelijk wil lukken. De inprenting niet zo makkelijk gelukt. Er werden geen woordbeeldmoeilijkheden gevonden om zijn moeite met het leren van woorden in een vreemde taal te kunnen verklaren.

Hij is nog kinderlijk in die zin, dat hij nog erg afhankelijk is van het oordeel en de waardering van anderen. Toch is hij wel zo ver dat hij niet meer bemoederd of bevaderd wil worden. Uit onze gegevens leek hij overigens meer contact met vader te willen en bezig los van moeder te komen. Ook wanneer aan bijles gedacht wordt in de talen, zou dit liefst een man moeten zijn. Voor later kan gedacht worden aan de kweekschool voor onderwijzers.’ Tijdens de bespreking van het rapport werd het advies overigens aangepast: boomkweker. Nou ja, het is alle twee iets met kweken.

Te speels, mevrouw Scholten, ik was gewoon te speels! U is een psychologe van de koude grond. Niks woordbeeldmoeilijkheden, bevaderen of inprenting. Gewoon nog geen zin om te leren. En kleurenblind.

Handdoekmeppen

Ik heb een hekel aan zwemmen en zwembaden. Het heeft vast te maken met vervelende ervaringen uit mijn jeugd. Eerst was er dat vreselijke schoolzwemmen. Met een klas van een andere school gingen we naar Den Hommel waar je les kreeg van voormalige nazi-beulen met een scherpe haak en weinig pedagogisch inzicht.

Later moest ik lid worden van de Utrechtse Reddingsbrigade, want dat hadden mijn broers ook gedaan. Je leerde 'reddend zwemmen'. Ik kan nog steeds op honderd verschillende manieren een bewusteloze of tegenstribbelende drenkeling uit het water halen. Nooit toegepast overigens. Ik haalde A en B en Jeugdbrevet 1, 2 en 3. Elke dinsdagavond naar Ozebi op de Biltstraat. Later zag ik wat een mooi zwembad dat eigenlijk was. Het is nu een gemeentelijk monument en snookercentrum.

Het zwemmen zelf ging nog wel maar in de kleedkamer was het vooral meppen incasseren van strak opgerolde natte handdoeken. Of een flik krijgen met die handdoek, zo'n soort zweepslag. Tsjak! Dat deed echt pijn. Waarom deden jongens dat? Langs de singels reed ik in het donker op opa's oude fiets terug naar huis. Mijn natte spullen opgerold onder de snelbinders.