Ik speelde als kind eigenlijk alleen maar met Peter. Peter woonde direct achter mij, aan een andere straat maar we gebruikten dezelfde poort. Onze tuindeuren waren tegenover elkaar. Verder waren er nog Hansje, Hans en Petra. Die hoorden er ook bij maar waren toch niet als Peter.
In de zomervakantie ging iedereen een paar weken weg. Uiteraard werd dat niet afgestemd door de ouders. Stom eigenlijk. En zo kwam het voor dat het zomervakantie was en jij als enige thuis was. Meestal niet meer dan een week maar het leek een onoverbrugbare periode. Na een dag sip zijn, zocht je dan maar andere kinderen op uit de buurt. Zo trok ik een aantal dagen op met Henny. Hij woonde schuin tegenover ons. Een enorm dikke jongen. Wij hadden allemaal flauwe bijnamen voor hem. Ik zal ze hier niet opschrijven. Waarom waren kinderen zo gemeen toen?
Henny bleek een bijzondere jongen. Hij had speelgoed dat ik nog nooit had gezien. Veel technische dingen. Henny was al de trotse bezitter van de elektrische trein van LEGO bijvoorbeeld. Zo ver waren wij nog lang niet. Hij was enigst kind. Zijn ouders waren blij dat ik over de vloer kwam want Henny had geen vrienden. Ik kreeg heerlijke chocolademelk en snoep dat ik niet kende. Vanuit zijn grote kamer aan de straat kon ik naar mijn eigen huis kijken.
Maar Peter kwam na een paar dagen weer thuis. Ik was dolgelukkig en ging nooit meer naar Henny.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten