donderdag 30 april 2020

Helpende hand (theebuiltjeslabeltje 2)

‘Geef jij onbekenden wel eens een helpende hand?’ Is dit een stompzinnige vraag op de vroege ochtend of niet? Mijn hand kan niet los van mij opereren, dus de vraag is sowieso ‘Help jij onbekenden wel eens?’ Iets van het bovenste schap pakken omdat het kleine vrouwtje (meisje/mannetje/jongetje/neutrale van onbepaalde leeftijd) er niet bij kan? Is dat het idee? Ja, dat doe ik wel eens. Idem, met oversteken, als het moet.

Maar ik heb het idee dat meneer (of mevrouw of neutraal) Pickwick dat niet bedoelt. Ik denk dat het gaat over acties waarbij je daarna een goed gevoel hebt. Iemand verder helpen in het leven. En natuurlijk doe ik dat. Dat doet bijna iedereen. Niemand woont in een hutje op de hei. En zelfs dat kan de mensheid verder helpen, als je het ruim ziet. Wij zijn sociale wezens en die lenen regelmatig elkaars handen. Maar inmiddels is de thee wel koud.

De sigaar

Terwijl ik wandelde langs het Spaarne werd ik ingehaald door drie fietsers. Twee dames en een heer. Terwijl zij passeerden, bitste de meest rechtse vrouw mij agressief toe: 'U moet links lopen'. Het was duidelijk dat zij dit tegen iedereen schreeuwde die zij passeerde. Iedereen liep rechts. Het leek mij oké en zolang de tegenliggers dat ook allemaal deden, ging het goed met dat afstand houden en zo. De man in het midden klopte sussend op het stuur van de snibberige vrouw waardoor ze bijna in elkaar haakten. Karma. Maar ze fietsen hard door, op naar de volgende wandelaars die ze de les konden lezen. 

Terwijl ik nadacht over een gevatte reactie, realiseerde ik mij dat de fietsers van de generatie waren die had geleerd dat wandelaars aan de andere kant moesten lopen. Zo kreeg ik dat ook te horen bij de verkeerslessen op de lagere school. Zouden ze dat eigenlijk nog doen? Verkeerslessen? En die verkeerstuin op Kanaleneiland, zou die nog bestaan? Ik haalde er mijn verkeersdiploma maar ik vond het best spannend. Het boekje dat we kregen om de regels te leren, kende ik helemaal uit mijn hoofd. Geen risico.

Ergens halverwege het boekje stond een tekening van drie fietsers naast elkaar. Foei. Dat mocht helemaal niet.Twee fietsers waren getekend als gewone kinderen maar de derde als een bolknak met pootjes. Een agent met platte pet keek bestraffend toe. Klaar om een 'prent' uit te delen. En terwijl de bejaarden op hun e-bikes waarschijnlijk al bij Nootdorp waren, wist ik wat ik had moeten roepen. Het stond onder dat plaatje. Drie naast elkaar, een de sigaar! 

woensdag 29 april 2020

Onrust

Eergisteren waren we voor het eerst in weken even bij mijn vader. Ook om de kranten om te ruilen; hij krijgt van mij altijd de zaterdagse bijlagen van De Volkskrant en ik van hem die van Trouw. Zeven of acht weken Letter & Geest en Tijd. Een hele stapel. 

Ik word onrustig van zo’n stapel. Het is te veel om door te nemen. Nu kan ik de komende weken natuurlijk pagina voor pagina rustig lezen, maar zo werkt dat niet bij mij. Ik lees diagonaal door de bijlagen heen en leg dan apart wat ik echt wil lezen of wat ik op het internet nog eens uitgebreider na wil zoeken. 

Ik heb hetzelfde met de post na een vakantie en de opgeslagen programma’s van de tv. Als het teveel wordt, wil ik dingen weg gaan gooien. Ik raak het overzicht dan kwijt. Zoiets, denk ik. Het slaat nergens op, dat weet ik vandaag wel, maar morgen slaat de onrust weer toe.

Lente-oren

En toen kwam aan dat zonnige weer toch ineens een einde. Wel prima toch? Het regende. Ik zag de planten opfleuren. Alles is buiten in een dag twee keer zo groen geworden. Precies het juiste herstelmoment voor de natuur. 'Vandaag was de groenste 28 april sinds we zijn begonnen met meten', zouden ze bij het KNMI zeggen in hun ontembare zucht naar recordmeldingen. Was eigenlijk ook best raar dat we al in april de planten buiten water moesten geven. 

Voor mezelf is het ook goed. Omdat ik dagelijks een lange wandeling maak, had ik een rooie kop gekregen en erger nog, zonneallergie. Dat leek me altijd iets voor aanstellers. Voor mensen die zich de hele dag insmeren, wijzen op het gat in de ozonlaag en tijdens een hittegolf in een shirt met lange mouwen lopen. Maar het bestaat dus echt. 

Omdat het zo helder was, ging de UV-straling vorige week helemaal los. Op mijn handen was het een groot jeukend maanlandschap met kraters en woestijnen. Ik zag de vlekkerig handen van mijn vader. 

Nou ja, dat kan dan de komende dagen mooi even bijkomen. Je kunt het trouwens ook op je oren krijgen, las ik. Dan heet het lente-oren. 

dinsdag 28 april 2020

In mijn hoofd

In plaats van 'vage' verhalen vandaag een schitterende liedtekst van Raymond van het Groenewoud:

In m'n hoofd is alles heel eenvoudig
In m'n hoofd valt alles op z’n plaats
Geen verderf, geen loeiende reclame
Welkom, welkom, in m'n hoofd

Er is tijd voor eender welke richting
Er is plaats voor eender welke stroof
Er is rust om alles te overschouwen
‘t Is prettig toeven in m'n hoofd

Overdag is er de verwarring
Overdag loopt ‘t spoor vlug dood
Overdag wringt men zich in bochten

Er is water voor wie echt wil drinken
Er is werk, dat werd ons toch beloofd
Er zijn slogans voor wie ze wil geloven
Maar de kern zit in m’n hoofd

In m'n hoofd zijn geen misverstanden
In m'n hoofd blijft alles ongedeerd
In balans, onuitgesproken

Naar t schijnt verdwijnen je gedachten
Tot ‘t licht volledig is gedoofd
Maar zolang ik daar iets kan ontwaren
Blijf ik dwalen in m’n hoofd

Ja, zolang ik daar iets kan ontwaren
Blijf ik dwalen in m'n hoofd



Noem het maar vaag, maar zolang ik daar iets kan ontwaren, blijf ook ik dwalen in mijn hoofd.

Droomhuis gezocht (1)

Het voorjaar was begonnen en het leek me leuk om een vogelhuisje op te hangen. Voor het huis, in de poort, zodat ik het goed kon bekijken vanachter de eettafel. Maar blijkbaar was dat niet de juiste plek. Er gebeurde niks. Te zonnig? Te druk? Er komen daar alleen kwaaie eksters en die hebben nesten in bomen. 

Vanmorgen heb ik het huisje aan de andere kant gehangen, onder het raam van mijn slaapkamer. Rustig en op het noorden, zoals het hoort. Binnen een kwartier kwam er een pimpelmeesstelletje kijken. Boel lawaai. Even een blik in het gaatje. Nog een keer fladderen en kijken. Het leek wel een aflevering van Droomhuis gezocht, inclusief de saaie conversaties. 'Dit is dan de masterbedroom'. 'Oh dit is de masterbedroom'. 'Het plafond is wel een beetje laag'. 'Ja, het plafond is wel een beetje laag'. Zo gaat dat programma een uur lang. Echt. 

Hoe dan ook, de mezen kwamen er niet uit. Ze moesten er nog even over nadenken. Waar is Sybrand Niessen als je hem nodig hebt... Was het uitzicht niet goed? Misschien waren er andere opties en waren ze het onderling gewoon nog niet eens. Komt in de beste mezenfamilies voor. Ik wacht af. 

maandag 27 april 2020

Gevonden!


Ik ben er uit. Ik ben helemaal opgewonden. Yes, yes, yes! Het Coronavirus komt van het Koolzaad. Ik ga het zo gelijk naar Trump tweeten.

Wanneer begon het virus zich te verspreiden? Juist: toen het Koolzaad ging bloeien. Nu is de bloei bijna afgelopen en loopt het aantal besmettingen terug. Toevallig? Ik heb nog meer.

Koolzaad is een alloploïde. En virussen kunnen van allopoïden op de mens overspringen, dat weet iedereen. De bloemen zijn actinomorf en het bloemdiagram van koolzaad is K4 C4 A6 G(2). En kijk dan eens naar een afbeelding van het Coronavirus. Moet ik nog meer zeggen?

De aardvlooien, kevers, luizen en muggen die zich voeden met de jonge koolzaadplanten worden ook door vleermuizen gegeten. En welk land is de op één na grootste koolzaadproducent van de wereld? Drie keer raden en in één keer goed: China. Daar zijn de rassen ook genetisch gemodificeerd. Nog één keer raden: in welke plaats in China? Weer in één keer goed.

In de documentatie op het internet vond ik dat de Koolzaadaardvlo in het najaar bestreden had moeten worden en dat is in China niet gelukt door het slechte weer en daar ging het waarschijnlijk mis.

Maar nu de remedie: Koolzaadolie van de oogst van vorig jaar (2018) of het jaar daarvoor is wel goed en bevat antistoffen tegen het virus. Elke dag een halve liter koolzaadolie injecteren of, beter nog, intuberen en je hebt geen mondkapje of anderhalve meter meer nodig.

Niets aan de hand

Toen Rutte afgelopen vrijdag werd ondervraagd over het enorme begrotingstekort dat dreigde, zei hij zoiets als 'ach, dat komen we wel te boven'. In eerste instantie maak ik me dan kwaad. Zeker ook met dat lachje van hem erbij dat toch iets laat zien als 'jullie zijn dom en begrijpen dat niet'. Maar hij heeft natuurlijk gewoon gelijk en ik begrijp hem donders goed.

Iedereen schreeuwt moord en brand. Het profvoetbal meldde gisteren dat zij 300 miljoen moest inleveren. Eerder waren er alarmerende berichten van musea, toneelgezelschappen, kappers, musici, vliegmaatschappijen, de spoorwegen... En dan denken wij met z'n allen, hoe moet dat nou? Wie gaat dat betalen? We zien onszelf al in zwart-witbeelden met zo'n pet op en grote gaten in de broek in een lange rij voor de voedselbank.

Maar dat geld is natuurlijk helemaal niet weg. Het is niet dat Rutte op een kille voorjaarsavond zijn allesbrander met bankbiljetten opstookt. Dat geld is gewoon bij ons als consument. Wij gaan nu niet op vakantie, reizen niet met het openbaar vervoer, zitten niet op terrasjes... Natuurlijk geldt dat niet voor mensen met een eigen onderneming maar de rest van Nederland wordt met de dag rijker. Die miljarden zitten bij ons. En daarom maakt onze minister-president zich weinig zorgen. Hij kent de wet van behoud van geld. Hij ondersteunt links en rechts wat bedrijven en rekent er op dat wij straks weer flink gaan uitgeven en anders helpt hij ons daar wel mee door het verhogen van de belastingtarieven. Ik zou ook glimlachen als ik hem was.

zondag 26 april 2020

Entr'acte

Vorige week kwam The Saint kort voorbij in een van mijn verhalen. Een van de mindere, oordeelde Antonette later. Maar ... hou dat gegeven van The Saint even in het achterhoofd.

Gisteren hoorde ik in een Engelse serie (Cold Feet) zeggen ‘As the actress said to the bisschop’ Het is de ouderwetse variant van ‘That’s what she said’. Zoon Martijn gebruikt deze uitdrukking te pas en te onpas en geeft daarmee bijna elke opmerking van een ander een dubbelzinnige lading. Martijn heeft de uitdrukking waarschijnlijk gehoord in Wayne’s World van Mike Myers.

Maar nu komt het: de opmerking over de de actrice en de bisschop is bedacht en voor het eerst gebruikt in het tweede boek over The Saint door de schrijver van de boeken, de Brit Leslie Charteris. Een klein cirkeltje toch? Maar het cirkeltje wordt nog wat groter.

In 2006 kwam er een Amerikaans stripverhaal op de markt met draadfiguurtjes oftewel 'stick figures'. De titel van de strip? ‘That's what she said.’ Dick Bruna tekende The Saint als stick figure maar dan met aureool. Een aureool is ook een klein cirkeltje.

Een andere serie misdaadboeken is die over de Franse inspecteur Charles M. Carlier, geschreven door Havank, pseudoniem van de Fries Hans van der Kallen. En wat zegt de inspecteur met de bijnaam ‘De Schaduw’ regelmatig? ‘Zoals de dame zei tot de bisschop.’ En wie ontwierp de omslagen van de boeken van Havank? Dick Bruna.

We zijn er nog niet helemaal. Kent u Ellery Queen nog? Nog een serie misdaadromans uit dezelfde periode. Eén van de boeken heet Behind the Barbed Wire (Achter het Prikkeldraad). En waarover gaat het eerste deel van mijn verhaal met de titel Simon Templar? Inderdaad: over prikkeldraad. Dick Bruna tekende ook een aantal omslagen van Nederlandse Ellery-Queen-uitgaven. Maar dat is na deze opsomming bijna logisch.

Eigenlijk is het enige wat ontbreekt, dat Dick Bruna mij achter het postkantoor in het prikkeldraad heeft geduwd. Als ik een wormhole (een konijnenhol) vind ga ik misschien terug in de tijd om dat te herstellen.

Dit laatste gegeven komt overigens voor in het boek waarover Bob eerder schreef: ‘22-11-1963’. En welke televisieserie is een ijkpunt voor de hoofdpersoon in dit boek? De nieuwe avonturen van Ellery Queen!

Dat wist je allemaal niet toen je het las, hè, Antonette?
Ik ook niet, hoor.

De jongen

Heb je een besluit genomen of je wilt leven of sterven? 
Vroeg ze.
Ik weet het niet, zei ik.
Ik weet niet zeker of ik het verschil ken en ik weet niet of het verschil wel zo groot is.
Ik zal je een kus geven, zei ze, dan merk je het verschil.
Je bent beslist dood als je niet merkt dat je gekust wordt.
Ze boog zich over me heen. 
Haar lippen waren warm, ze waren zacht.
Waar is het leven, als het niet in een kus zit?

Het mooiste boek dat ik ken is Hemel en Hel van Jon Kalman Stefansson. Misschien komt dat door de prachtige vertaling van Marcel Otten. Het hele boek is één melancholisch gedicht. Ik hou helemaal niet van poëzie, maar dit eerste deel van een trilogie sleepte me mee of ik wilde of niet. Is de Edda ook zo mooi? Dan wil ik het lezen in de vertaling van Marcel Otten.

Op klompen

Toen mijn oma ernstig ziek was, werd zij bij ons in huis opgenomen. Ze lag in bed op de studeerkamer van mijn vader. Af en toe ging ik kijken maar ze was in de war en ik was nog maar een jaar of vier. Als ze wat nodig had, sloeg ze met een kleerhanger op de vloer. 

Er kwam ook een meisje in dienst om mijn moeder te helpen met het huishouden, de verzorging van oma en de opvoeding van mijn broers en ik. Ze was in opleiding en nog jong. Wij waren allemaal dol op haar. Op Karin. Omdat ze een beetje bij ons hoorde, mocht ze ook een weekje mee naar Texel in de zomervakantie. Daar kan ik me niet veel meer van herinneren. Iets met een vriend die er ook ineens was?

Karin zag er uit zoals een zorghulp er toen uit moest zien. In een prachtig verpleegstersuniform, stijf van het stijfsel en wit van het spoelmiddel 'Poppetje blauw'. En natuurlijk met verpleegstersklompen. Wit leer op een harde houten zool. Af en toe had ze even tijd voor mij en mocht ik met mijn blote voeten boven op haar klompen staan. Zij liep er dan een stukje mee terwijl ik mij vasthield door mijn armpjes om haar heen te slaan. Voetje voor voetje gingen we gilletjes uitslaand door de gang. Mijn gezicht tegen haar heerlijk schoon ruikende verpleegstersjurk aangedrukt. Ik was intens gelukkig. 


zaterdag 25 april 2020

Lego Masters

In de voorkamer van ons huis aan de Julianaweg in Utrecht lag zwarte vloerbedekking met ribbeltjes, Tretford heet dat, geloof ik. De voorkamer werd eigenlijk alleen ’s zondags gebruikt, de suitedeuren bleven door de week dicht, maar als het buiten slecht weer was, mochten wij er van mijn moeder wel op de grond spelen.

De salontafel ging dan aan de kant en op dat tapijt tekenden wij met kleermakerskrijt wegen waarop onze Dinky Toys reden en waarlangs onze Legohuizen stonden. Lego is altijd mijn favoriete speelgoed gebleven, maar op een keer bracht mijn vader van een zakenreis naar Tsjecho-Slowakije een doos mee met Schuco-autootjes. 

Die blikken opwindauto’s hadden, verstopt in de bodem, een vijfde wiel dat over een trekveerachtige draad liep. Met de wissels en kruisingen, die we ook in de doos vonden, brachten wij onze straten in de voorkamer naar een volgende level, zoals we dat tegenwoordig zouden noemen.

Stank uit het oosten

Vanaf de tweede klas van de middelbare school zat ik op de Christelijke Scholengemeenschap Utrecht-Zuid. Het was een tijdelijk gebouw in een desolaat gedeelte van Kanaleneiland, ingeklemd tussen een groot braakliggend terrein en de vuilstort aan het kanaal. Die vuilstort meurde vreselijk maar alleen bij oostenwind had je daar last van. 

Na een jaar of vier moest er maar eens een echte naam voor de school worden verzonnen. De rector schreef een prijsvraag uit. Als leerlingen stuurden wij, vonden we zelf, erg grappige namen in die verwezen naar kinderparadijzen en concentratiekampen maar de rector koos uiteindelijk voor de naam die verzonnen was door zijn eigen vrouw. Woedend waren we over zoveel onrecht. Zijn eigen vrouw! Doorgestoken kaart, bedrog, oplichterij.. Het was een schande. En dan die naam ook echt. 'Oosterlicht College'. Volgens de rector een verwijzing naar de zon die in het oosten op kwam en naar de bekende Bijbelse geleerden. 

Wij vonden het vooral verwijzen naar die gore vuilnisbelt naast ons. De naam stonk. 

vrijdag 24 april 2020

Dicht die deur!

Ik heb iets met sloten van toiletdeuren. Daar is vast een psychologisch freudiaans verantwoorde verklaring voor. Maar goed, het is nu eenmaal zo. Als kind zat ik regelmatig opgesloten op het toilet. Voor alle duidelijkheid, dat deden niet mijn ouders. Ik deed zelf blijkbaar iets verkeerds. Tijdens een vakantiereis met het gezin langs jeugdherbergen in Scandinavië kreeg ik het voor elkaar om drie keer vast te zitten. In alle gevallen kon ik er over de deur weer uitklimmen. Het werd bijna een gewoonte. Door de deur naar binnen, er overheen weer naar buiten. 

Misschien was het een straf voor wat ik op de lagere school regelmatig deed. Ik had er een enorm plezier in om het haakje van de deur op scherp te zetten, zodanig dat als ik de deur na het toiletbezoek achter mij dichttrok, hij op slot viel. Dat werkt vooral goed met van die haakjes die in een boogje bewegen. Haakje omhoog, bijna omvallend, met een klap de deur dicht, klik. En dan het genot ervaren om aan de buitenkant te zien dat het witte plaatje naar de stand 'bezet' was gedraaid. Nog even checken. Ja, op slot. Wegwezen. 

Wat er de lol van was, vraag het me niet. Een soort protest tegen de maatschappij? De kleine drang naar vandalisme die in iedereen zit? Ik doe het nog steeds wel eens moet ik bekennen. Sorry.

Lekker puh!

Ik heb niet veel verstand van economie. Zeg maar: geen. Toch voel ik aan m’n water dat we hier heel veel spijt van gaan krijgen. Of het nu 500 miljard is of 1500. Geld weggeven in emotie is geld in de gracht gooien. De aandeelhouders van de grote bedrijven hebben dagelijks illegale ‘Lang leve de Corona-feestjes’ en lachen zich helemaal het apezuur. Misschien dat 10% goed terecht komt maar dan houdt het wel op, denk ik.

Als het over emotie-geld gaat, moet ik gelijk weer denken aan mijn vader. Ik was 16 en had een nieuwe fiets nodig. Mijn vader wilde me het geld wel lenen maar alleen onder strikte voorwaarden en die stonden in een contract. Hij was helemaal losgegaan op zijn typemachine en had ongetwijfeld veel lol gehad tijdens het opstellen. Maar wat was ik kwaad. Echt pislink!

‘Pa en Zeun verklaren te zijn overeengekomen … een bedrag hetwelk genoegzaam is voor de aankoop van een fiets van het wereldmerk Batavus.’ De terugbetaling zou worden gestaakt ‘indien en zodra Zeun een rapport kan overleggen met cijfers die alle voldoende zijn.’ Het cijfer voor gymnastiek was daarvan uitgezonderd, ‘mits dit niet te wijten is aan luiheid.’ 

Een andere voorwaarde was dat ik de fiets van mijn vader, die ik daarvoor veel geleend had ‘in de eerste week van het jaar onzes Heeren 1968’ grondig zou reinigen. ‘Onder grondig reinigen in de zin van artikel 5 is te verstaan het verwijderen van alle vuil met behulp van een spons gedrenkt in een mengsel van lauwwarm water en enkele neutjes Valma Wash-and-Shine, alsmede het zo goed mogelijk conserveren van het nog aanwezige chroom met Valma Chroomspray. Aldus opgemaakt te Utrecht …’

Ik was zo kwaad dat ik er voor zorgde dat ik de hele fiets moest afbetalen. Alle maandelijkse termijnen van 'drie guldens en vijftig centen'. Op mijn eerstvolgende rapport stonden vier vijven en een zes voor Lichamelijke oefening. Dat laatste cijfer was helaas een beetje verkeerd gepland. 

‘De beslissing over bevordering geschiedt na het tentamen in december a.s.’ schreef het hoofd van de Christelijke School voor U.L.O., de heer Th.W. Rijsewijk, naast de cijfers. Ik deed het jaar daarop ook eindexamen op eigen risico, zoals dat heette. Maar mijn eindlijst van de Mulo was de beste van de hele school dat jaar. Jammer alleen dat gymnastiek geen eindexamen vak was. 

Misschien wil mijn vader een contract typen voor het terugbetalen van die 15 miljard. Een redelijke kans dat het dan goed komt met Europa.

donderdag 23 april 2020

Simon Templar

Tegenover de lagere school op Hoograven in Utrecht werd het nieuwe postkantoor van Hoograven gebouwd. Op de zandvlakte naast de bouw kon je lekker spelen. Op een dag ging ik er vliegeren. Om de vlieger in de lucht te houden liep ik op een bepaald moment snel achteruit, recht in een rol prikkeldraad. Mijn benen bloeden van mijn billen tot m’n hakken. Hoe ik thuis gekomen ben, weet ik niet meer, maar ik moest daarna wel naar dokter Koppers om een tetanusprik te halen. Het prikkeldraad was nogal roestig.

Ook tegenover de school, was aan de Duurstedelaan een magazijn van uitgeverij Bruna en in het eerste huis naast de opslag woonde in die tijd Dick Bruna. Meneer Bruna zat, als de zon scheen, vaak buiten op een keukenstoel met een schetsboek op schoot. Ergens rond die tijd moet Nijntje geboren zijn. Ik ging vaak even bij hem kijken, als ik uit school kwam, maar ik herinner me alleen de poppetjes van de Saint, een serie die ook door Bruna werd uitgegeven.

Krimpende wind

Vandaag en morgen is er sprake van een krimpende wind. Dat is een voorbode voor slechter weer. Mijn moeder leerde mij wat dat is en ik kijk er altijd naar. Bij een krimpende wind draait de windrichting tegen de klok ik. Nu is het nog oostelijk, morgen komt de wind uit het noorden en daarna draait het naar het westen. Altijd slechter weer bij een krimpende wind. Het heeft natuurlijk te maken met de komst van een lagedrukgebied en het koufront aan de rand daarvan. Iets met de Wet van Buys Ballot. Bij een ruimende wind, het tegenovergestelde, wordt het juist beter weer. 

Een oude wijsheid maar zelfs bij het weerbericht op tv lijken ze het niet te kennen. Maar echt, geloof me, geen betere weervoorspeller dan de draaiing van de wind. Als u nou volgende keer met iemand buiten bent en een ommetje maakt, kijk dan onderzoekend in de lucht en zeg: 'hmm, de wind krimpt, misschien moeten we op tijd naar huis'. Eeuwige bewondering voor zoveel meteorologisch inzicht, zal uw deel zijn. 

woensdag 22 april 2020

Die arme musea


Even mijn eigen nest bevuilen. Sorry. Maar ik erger mij er aan dat iedereen moord en brand schreeuwt vanwege de musea die nu inkomsten missen en misschien wel kapot gaan. Wat is er aan de hand? Een gemiddeld museum in Nederland haalt maximaal 50% inkomsten uit de eerste geldstroom. Via de kassa, zeg maar. Geloof me, bij de meeste musea is dat nog veel minder. De rest is subsidie van de overheid en een klein deel fondsenwerving. We gaan nu zo’n 10 weken dicht. Dat is 20% van het jaar. Per saldo derft dat gemiddeld museum dus slechts 10% aan inkomsten. Dat is vervelend maar ook geen ramp. Er zijn waarschijnlijk ook minder kosten en de meeste musea hebben een flinke reserve. ‘Die is voor als er een lange tijd geen bezoek komt’, wordt er dan gezegd. Ja, dat is dus nu. Welkom in deze wereld. En ik hoorde je ook niet toen het museum een paar maanden of een paar jaar dicht moest vanwege die noodzakelijke verbouwing. Dat vinden we heel normaal.

Kortom, even rustig, het valt tot nu toe allemaal best mee. En als je iets wilt steunen, kijk dan eens naar de niet-gesubsidieerde sector. Schaf eindelijk eens dat mooie kunstwerk aan bij die galerie, bestel lekker eten bij dat kleine restaurantje in de wijk, koop een boek om de hoek…

Ella’s Fruit

Mijn opa, Pleun Voogt, de vader van mijn moeder, werkte in een fabriek; koekjesfabriek de Merba. De fabriek was gehuisvest in de voormalige gereformeerde kerk op de hoek van de dijk en de Zoutstoep in Sliedrecht. Aan de andere kant van de dijk, recht tegenover de fabriek, was het magazijn van de fabriek en daarboven woonden opa en oma.

Achter het magazijn, waar ook snoep was opgeslagen en waar zo het heerlijk rook, was een opslag van oud papier dat werd gebruikt om de koekblikken op te vullen. Tussen de oude kranten vonden wij (de neefjes en nichtjes die daar vaak speelden) edities van de Panorama en soms ook uitgaves van De Lach; een blad met pikante foto’s van dames. 

Dat was spannend, maar eerlijk gezegd vond ik de moppen die er ook in stonden op dat moment nog stukken leuker. De kunst in het magazijn was overigens om de Fruittella’s, andere snoep en drop te stelen zonder dat de grootverpakking werd beschadigd. Daar werden wij steeds handiger in.

dinsdag 21 april 2020

De wind in z'n kop

Op een terras ergens in Frankrijk in de zon
Zit een man die het tot gisteren nooit won
Maar zijn auto vloog hier vlakbij uit de bocht
Zonder hem, zonder Herman, want die had hem net verkocht

Herman in de zon op een terras
Leest in 't AD dat 'ie niet meer in leven was
Z'n auto was volledig afgebrand
En de man die hem gekocht had stond onder zijn naam in de krant

Dit verhaal van Acda en De Munnik heeft me altijd geïntrigeerd. Jammer alleen van de rommelige taalvoutjes omwille van het rijm. Maar goed; zou het kunnen? 

Het is niet voor niets in Frankrijk gesitueerd, daardoor kan de verwarring makkelijker ontstaan. Op basis van het nummerbord heeft de Franse politie de Nederlandse geïnformeerd. Kennelijk was er geen identificatie via het lichaam meer mogelijk. Gebitsgegevens? DNA? Gemakzucht? 

Verderop in het verhaal blijkt er van opzet sprake is. Herman wilde dit, maar het is uit de hand gelopen. Het lijkt een thema uit een boek. We gaan op zoek. Dat rijmt wel goed.

Beter bel je Saul


Ik ben gespannen. En flink ook. Vanavond komt de laatste aflevering van de serie Better call Saul op Netflix. Ja? Dus? Nou, dat is toevallig een heel goede serie. Een beetje loserig begonnen als spin off van de hitserie Breaking Bad maar nu aan alle kanten gewoon veel beter. Het is een spin off maar ook een zogenaamde 'prequel'. Alles wat in deze serie gebeurt, speelde vóor Breaking Bad. En dat al vijf seizoenen. Het verleden oprekken is ook een kunst.

Misschien begrijpt u mijn zenuwen als u weet dat Kim, het allerleukste personage uit Better call Saul, niet voorkomt in Breaking Bad. Zelfs geen verwijzing naar haar. Helemaal niets. Ze gaat vanavond toch niet dood? Ze was al een beetje lastig tegen het kartel in de vorige aflevering. Echt, dan kijk ik nooit meer en ook nooit meer iets anders op Netflix. 

Ik hou het niet meer. Blijf bij ons Kim!

maandag 20 april 2020

A youth sin

Na het verhaal van Bob (met een hamer in zijn kop) ga je natuurlijk op je hoofd voelen. Ik wel, hoor. Het is geen wedstrijd maar ik heb ook een deuk achter op mijn hoofd.

In het laatste jaar van de Mulo-A had ik meneer Van Wijk als leraar Engels. Een hele aardige man, zoals de meeste leraren trouwens. Maar ik was in die tijd minder aardig. Een stiekeme treiteraar. Ik kon ze allemaal het bloed onder de nagels vandaan halen. The blood from under the nails in het geval van meneer Van Wijk. Ik ben er niet trots op, maar gebeurd is gebeurd.

Iedere leerkracht reageerde anders op ons pesten (nee, ik was niet de enige in de klas). De leraar Geschiedenis, Theunissen, had het niet eens in de gaten, die was stokdoof en stekeblind. Juffrouw Vlijm, van Frans geloof ik, maakte gelijk korte metten door iedereen die lastig was de klas uit te sturen. De wiskundeleraar, zijn naam ben ik even kwijt, gooide met krijtjes of met bordwissers. Van Wijk bleef altijd kalm … tot dat ene moment.

Ik stond voor hem en was kennelijk weer eens brutaal of uitdagend. Op een gegeven moment gaf hij mij een zet. Ik viel naar achter met mijn hoofd op de stalen haak die aan de tafel was gelast om de schooltas aan op te hangen. Het Diakonessenziekenhuis was gelukkig dicht bij en de operatie was onder plaatselijke verdoving.

Die avond kwam een geschrokken Van Wijk zijn excuses maken bij mijn vader en kreeg ik dus een week(?) huisarrest. Na dit voorval werden Van Wijk en ik de beste maatjes.

De geologenhamer


Ik voelde vannacht een deukje in mijn hersenpan. Het was me nooit eerder opgevallen. Dat moet de plek zijn waar ooit de hamer viel.

Aan het begin van mijn studie Fysische geografie dienden wij vier zaken aan te schaffen. Bergschoenen, een loep, een kompas en een geologenhamer. Die bergschoenen kocht ik niet. Ik had woestijnschoenen en die vond ik goed genoeg. Ze zaten heerlijk maar bij nat weer waren ze niet ideaal. Ik werd er door mijn studiegenoten met echte leren stappers om uitgelachen. Geloof me, na zes weken veldwerk in de Vogezen met alleen maar regen weet je heel goed waarom woestijnschoenen woestijnschoenen heten. De loep en het kompas kocht ik wel maar heb ik voor zover ik me het kan herinneren nooit gebruikt.

De geologenhamer daarentegen wel. Het was een hamer uit een stuk met zwart rubberen handvat. Bij de kop zat aan een kant een plat stuk en aan de andere kant een scherpe punt. Je kon er niets zinnigs mee doen maar ik had 'm de hele dag in mijn hand. Het voelde gewoon fijn. Klaar om op de rotsen te meppen of een kei te klieven. Met de punt mocht je eigenlijk niet slaan. Er zouden ijzersplinters van af kunnen komen en je ogen beschadigen. We deden het allemaal stiekem wel. Ook ’s avonds bij het gezamenlijk eten hing hij aan mijn riem en voelde ik er zo af en toe even aan.

Tijdens excursies ging mijn trouwe metgezel natuurlijk mee in de bus, netjes in het bagagerek boven mijn hoofd. Onder mijn jas, niets aan de hand. Maar in Luxemburg reden we over een onverharde weg met diepe kuilen. Alles hutste, schudde en rammelde en de hamer viel uit het rek. Met de punt naar beneden...

zondag 19 april 2020

Erotische passages

Het volgende programma bevat scenes van verontrustende aard. Ouderlijk toezicht wordt geadviseerd. 

Wij kijken regelmatig naar series op BBC First en bijna elke aflevering van elke serie wordt voorafgegaan door een waarschuwing zoals hierboven. Het is helemaal geen waarschuwing; het maakt nieuwsgierig, het schept verwachtingen. Verwachtingen die overigens bijna nooit worden ingelost. 

Net zoals je vroeger daarom de boeken wilde lezen van Jan Wolkers bijvoorbeeld. Het viel in de praktijk altijd tegen. Vind ik. Much to do about nothing. Het is natuurlijk sowieso lastig in deze tijd om iedere keer je vader of je schoonouders te mobiliseren als je weer eens wilt bingewatchen. 

De serie van gisteravond (Sanditon) was op geen enkele manier verontrustend. Er werd niet gevloekt (niet grover dan ‘Foei!’) en er waren alleen twee keer blote mannenbillen te zien. Nou, nou! Ik weet niet hoe preuts ze in de UK zijn maar hier krijg je daar nog geen puber mee opgewonden. Ik ben blij dat ik mijn schoonouders niet heb opgehaald.

Klein leed in coronatijd


Ik heb nog gewoon een papieren krant. Op zich bevalt mij dat best in deze thuiswerktijd. Je zit toch al de hele dag naar een beeldscherm te turen. Even in de ochtend de rust van het bladeren, beker koffie erbij, mooie foto's kijken, een puzzel invullen...

Een papieren krant is gedrukt op krantenpapier. Iedereen weet dat krantenpapier maar in een richting lekker scheurt. Elk papier eigenlijk maar daar gaat het nu niet over. Het heeft te maken met de richting van de vezels. Pak een krant op normaal formaat en scheur van boven naar onder. Recht en strak. Van links naar rechts? Dat wordt een rafelig scheef zootje. Zeer onbevredigend en altijd dwars door iets wat nou juist belangrijk was.

Op zaterdag staat de sudoku van De Volkskrant in de boeken/wetenschapsbijlage. Daar wil ik altijd direct aan beginnen. Maar die pagina er op de vouw uit scheuren is om bovenstaande reden onbegonnen werk. De bijlage is namelijk op het formaat van de halve krant en dat scheurt dan weer alleen goed horizontaal! Dan maar naar de juiste pagina en alles samenvouwen. Maar om dezelfde reden gaat dat ook niet goed. De andere pagina's gaan er pesterig vandoor want even een nietje in de rug kan er bij De Volkskrant ook niet meer vanaf sinds het teruglopende aantal abonnees. Je zou zeggen, knip het dan uit, maar aan de andere kant van de pagina staan nou juist altijd de meest interessante stukjes van de bijlage, over gadgets en leuke nieuw apps. Die wil ik pas lezen als alle puzzels zijn opgelost. Zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. Eerst werken.

Enfin, aan het eind van de zaterdag zit ik over het algemeen met een toenemend gevoel van ergernis, een verprutste sudoku en een bijlage die volledig uit elkaar is gevallen. Grrr...

zaterdag 18 april 2020

Moest uit

Ik ben drukker dan ik ooit was en toch op een hele relaxte manier. Het lijkt een tegenspraak maar het komt omdat het allemaal verschillende functies en taken zijn, zodat je veel moet schakelen. De hoeveelheid werk is in z’n totaliteit minder dan vroeger en je kan het beter spreiden over de hele dag. ’s Morgens rustig een bakkie koffie gaan drinken met een e-book er bij en ’s avonds nog even een drukproef corrigeren en een videochat bijwonen.

Het aantal zituren op de bureaustoel achter de computer is flink gestegen. Die stoel krijgt flink op z’n donder, maar ik kan het prima houden. Antonette niet; zij wordt na een dag voor de digitale klas onrustig. Ze wil iets doen; fietsen, in de tuin werken, strijken zelfs. Want dat laatste is echt niet haar favoriete vrijetijdsbesteding. Vanmorgen kwam ze op het idee om in de moestuin van de overbuurman Ron te gaan werken. Ze is gegaan en nog steeds niet terug. Een nieuwe hobby is geboren.

Voetballen

Ik ben nooit een ster in voetballen geweest. Op een of andere manier miste ik de skills. Vroeger speelden we op het veldje voor de katholieke kerk. Ik werd meestal op doel gezet. Daar kon ik nog het minste kwaad waarschijnlijk. Uitlopen mocht wel en achterin een beetje mee voetballen. 'Vliegende keep', heette dat ironisch. 

Die avond in Denemarken liep het anders. Ik was er met medestudenten op excursie en we sliepen in een jeugdherberg. Het was een warme en inspannende dag geweest, we waren allemaal moe. Maar 's avonds koelde het lekker af en op het terrein van de jeugdherberg was een klein voetbalveldje. Ik deed mee, meer voor de vorm dan dat ik werkelijk wat zou bijdragen. Maar op een of andere manier kreeg ik het na een uurtje te pakken. Ik voelde me geweldig. Mijn benen gingen vanzelf. Ik passeerde iedereen met de mooiste schijnbewegingen, schoot feilloos op het doel, rende als een gek... Er was iets in me gevaren. Ik was Cruijff, Keizer en Laseroms tegelijk. En toen de zon al onder was en iedereen wilde kappen, ging ik in m'n eentje door. Ik kon niet meer stoppen met draven en schieten. Raar was dat. 

vrijdag 17 april 2020

De veertjes

Mijn twee broers en ik liepen altijd gezamenlijk naar school. Nou ja, in mijn herinnering was dat altijd, maar gezien ons leeftijdsverschil zal het hoogstens een paar jaar zijn geweest. De wandeling duurde ongeveer een kwartier en voerde door de brede straten van Utrecht-Zuid. Daar liepen we dan in onze korte broekjes. 

Onderweg kwamen we vijanden tegen. Er waren drie meisjes die er, achteraf denkend, uitzagen als Annie uit de film. Ook met zo'n jurkje. We noemden ze de krullebollen. Maar anders dan Annie waren ze heel gemeen. Als we de krullenbollen in de verte zagen, liepen wij stoere broers een straatje om. 

En dan had je nog de veertjes. Drie jongens, wat ouder dan wij, die verend liepen. Bij elke stap, zakten ze een beetje door hun kruis. Als ik nu iemand zo zie lopen, moet ik altijd aan die jongens denken en voel ik het in mijn maag. De veertjes. Ze waren nog meedogenlozer dan de krullenbollen. Voor die jongens sloegen wij echt hard hollend op de vlucht. 

Er gebeurde nooit wat maar in ons hoofd was de weg naar school een jungle. 

Wereldvrede


De afgelopen week las ik het boek van Stephen King; Het Instituut. Het gaat over kinderen met telepathische (TP) en telekinetische (TK) gaven die door regeringen, ook de Nederlandse, worden ingezet voor de wereldvrede. 

Ik ben nu erg bezig met mijn gaven. Ik hoop dat ik TK ben. De afgelopen dagen probeerde ik ’s ochtends aan het ontbijt het papieren zakje van het theebuiltje te laten bewegen of, beter nog, een stukje te verplaatsen. Maar het zakje gaf geen krimp. 

Vanmorgen ben ik er achter gekomen waar mijn krachten liggen; ik ben in staat om, bijvoorbeeld in een Sudokupuzzel, een extra voorgedrukt cijfer toe te voegen, als het te moeilijk voor me wordt. Ja, ik stond er zelf ook van te kijken. Het is wel handig, maar ik denk niet dat ik nu ingezet ga worden voor de wereldvrede.

Wist u overigens dat op de onderkant van tien-zaden-beschuiten geheime boodschappen staan voor blinden?

donderdag 16 april 2020

Gedrag

Op de achterkant van het blaadje van de scheurkalender staat in een keurig handschrift:

Ineke op app.:
“Hoezo?”

- Gedrag: reageer met “Daarom.”
Opgejaagd gevoel, pissig.
Doel van de ander; mij wegzetten en laten voelen dat zij bepaalt. 
Mijn mening is stom dus,
daar luisteren we niet naar.

“Iedereen was het eens, behalve jij? Dan ben je te laat.“
Daar heb jij niets over te zeggen. 
Jouw mening telt niet.

Ik denk dat het is geschreven door een vrouw. Een indruk. Laten we haar Sandra noemen. In de eerste plaats: waarom en voor wie schrijft Sandra dit op? Is ze, in haar boosheid, bang dat ze iets zal vergeten? 

Het gaat over Ineke, maar even verder heet ze ‘de ander’. Of heeft Sandra het dan niet meer over Ineke? Het lijkt of Sandra citeert uit een cursusboek of een therapie. In de laatste regels neemt ze een beslissing (lijkt het), maar of Sandra die beslissing ook nog met Ineke heeft gedeeld in de app zullen we helaas nooit weten.

Dat scheelde niet veel (2)


De verhuizing van Utrecht naar Gouda was vlot verlopen. Alles paste netjes in de verhuiswagen en kwam onbeschadigd aan. Het zinde me alleen niet dat ik alle planten in de tuin had achtergelaten. Die zou ik in Gouda mooi weer kunnen gebruiken. Er lagen ook nog zakken met zand, bielsen en sierstenen. Mijn vader wilde mij de dag na de verhuizing wel helpen met het tuintransport. Hij huurde een boedelbak en alles werd ingeladen. Het was een zware lading maar het moest wel kunnen, oordeelden wij. Alles ging goed totdat wij op de snelweg ter hoogte van Woerden werden ingehaald door een vrachtwagen. De boedelbak begon te slingeren en mijn vader had de auto niet meer onder controle. Na veel sturen, tegensturen, remmen en piepen, stonden we stil. Maar dan wel omgekeerd en op de meest linkse baan. Ik rende wild zwaaiend met mijn armen tegen het verkeer in en kon zowaar alle auto's stoppen. Met een grote bocht naar links reed mijn vader de vluchtstrook op. Van de schrik bekomen, laadden wij het zand en de stenen uit en gooiden wij alles in de berm. De rest van de rit deden we rustig aan. Maar als ik van Utrecht naar Gouda rijdt, zie ik rechts van de weg vlak voor afslag 14, nog steeds die hoop zand met stenen. 

woensdag 15 april 2020

Dat scheelde niet veel (1)

In mijn jeugd gingen we elk jaar op vakantie naar Texel. We zaten altijd in De Koog. Eerst in het dorp, in een zomerhuis met de mooie naam Weltevreden, later op camping Kogerstrand in een houten verblijf, Mardola. En als het maar ook een beetje lekker weer was, gingen we de hele dag naar het strand en zwommen we in de zee. Met eb mochten we niet het water in. Dan trok de zee zich terug en dat was gevaarlijk. Dus zwom ik die dag veilig tijdens vloed, samen met mijn vader. Maar ook met opkomend getij kon er een landafwaartse onderstroom zijn, een muistroom. En daar kwamen we in terecht met z'n tweeën. In no time waren we honderd meter van het strand. Er tegenin zwemmen leverde niets op, hoe hard wij het ook probeerden. We moesten er zijwaarts uit zien te komen. Dat lukte wonderwel. Uitgeput en nog trillend van de spanning, krabbelden we een stuk verder weer het strand op. 'Dat scheelde niet veel Bob', zei mijn vader. 'We moeten het misschien maar niet aan ma vertellen'.

Twee ons Toofafah, een tube Lipplits en gesneden Sladokkers

Terwijl de kinderen van groep 6 boven joelen op de virtuele speelplaats van de A.F.A. Mariaschool voor bijzonder gedigitaliseerd basisonderwijs en de juf op het andere scherm nog even overlegt met haar collega’s, zit ik beneden aan de overblijvende computer een bijdrage voor deze dag te typen. Via het trapgat hoor ik Antonette tegen de andere leerkrachten iets zeggen als “Hans heeft weer eens iets nieuws: hij wil Samoerai-seks.” Het zal wel heel iets anders zijn. Mijn doofheid speelt me parten of -waarschijnlijker- mijn dirty mind is hier debet aan.

In de tuin van mijn schoonouders vond ik gisteren een blaadje van een scheurkalender. De datum is dinsdag 17 maart, nog geen maand geleden, maar onder de datum staat een inmiddels zeer gedateerd advies: 'Als je een half uur rust wilt, stuur dan je pubers naar de winkel met een lijst verzonnen boodschappen.' Als voorbeelden staan onder andere 'Faroon, extra stevig' en 'Een pak Haardrom' genoemd.  

De aantekeningen op de achterkant zijn veel interessanter. Daarover morgen meer.

dinsdag 14 april 2020

Toeschouwer

Iedereen wil wel eens de baas spelen en aangezien de kinderen tegenwoordig niet meer naar hun ouders luisteren, nemen die maar een hond. Of twee. Of nog meer. 

Of de stelling nu waar is of niet, feit is dat tegenwoordig bijna iedereen een hond heeft. Alvast in deze streken van het land. Wij hebben een mooie groenstrook voor het huis, daar zijn we heel blij mee, maar de huizen waren nog niet eens opgeleverd toen deze wadi (want zo heet een geul waar regenwater mag overdenken of het grondwater wil worden) al door de honden en hun baasjes werd geannexeerd. 

Het is een uitlaat-carrousel van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. De ene helft draait linksom, de andere helft rechtsom. Met mijn widdershins-verhalen in het achterhoofd zou je dan verwachten dat de eerste groep zou verdwijnen, maar ze komen dagelijks terug. Eén geluk: de meeste baasjes rapen tegenwoordig de hondenpoep op. Van die gênante handeling kan ik wel weer genieten. Als toeschouwer, hè.

Bord

Op mijn dagelijkse wandeling kwam ik op de grens van Haarlem en Heemstede bij een bejaardenhuis. Dat heet vast niet meer zo tegenwoordig. Verzorgingshuis? Het was warm en ik had al een flink eind gelopen dus zeeg ik neer op een bankje tegenover dat huis. Normaal zat het hier vast vol met gezellige bewoners. Voor het gebouw stond een gezin met een bord. Het gezin was een modelgezin, vader en moeder, jongen en meisje van rond de tien. Beetje kakkineus. De jongen kon het bord amper vasthouden. Het was groot en het waaide. Ik kon niet zien wat er op stond. Vast iets als 'Hou vol oma'. Dat hadden ze gezien op tv en het was Pasen dus, hup, zij ook dan maar... Het gezin tuurde tegen de zon in naar de hoogste verdieping. Maar oma liet lang op zich wachten en bleek na een kwartier een opa. Een oude man in een net pak kwam bij het raam, zwaaide afwezig naar niets en was binnen twee seconden weer weg. De jongen die misschien uren aan het bord had gewerkt, hield het nog even omhoog, keek om zich heen of hij het ergens zou neerzetten, maar droop toen af, net als de anderen. Het bord verdween achter in de dikke Heemsteedse auto. Misschien konden ze het morgen nog een keer doen. Hou vol.

maandag 13 april 2020

Tetta en ome Teun

Een enkele lezer vond de oorspronkelijk naam van het blog ‘wat viezig’. Dat mag. De nieuwe naam is De Geitenkamer. Maar dan wilt u natuurlijk ook gelijk weten waar die naam vandaan komt.

Ik ben als oudste van drie jongens geboren in 1951 op de Merwedekade in de Rivierenwijk van Utrecht Mijn ouders woonden in bij Adri Davelaar en Teun Wijnbeek. Er was zo’n grote woningnood na de Tweede Wereldoorlog, dat de regering dat inwonen verplicht had gesteld. Mijn ouders (en ik na mijn geboorte natuurlijk ook) woonden op de bovenste verdieping van de bovenwoning, de zolderverdieping. 

Mijn slaapkamer was de Geitenkamer, zo genoemd omdat er een strook op het behang was geplakt met allemaal geiten. Eén van mijn oudste herinneringen, maar ook één van de weinige aan die kamer, is het schilderij dat naast de deur hing. Heel veel jaren later bleek het een reproductie te zijn van een schilderij van Laurens Alma Tadema. 



Giroblauw

Ik ben een schaker. In mijn studententijd had ik een vriend, Michiel, die ook kon schaken. Nou ja, echt talent had hij niet en ik won altijd. Na de studie ging hij verhuizen en het kwam er niet meer van. Totdat ik ineens een afschrift kreeg van de giro met een bijboeking van een cent en bij de mededeling 'e2-e4'. Ik begreep het. Alles was nog gratis, de girokaarten, de enveloppen, de porto.. We gingen correspondentieschaken op kosten van de staat! Ik pakte direct mijn boekje met overschrijfkaarten, schreef bij de mededelingen mijn antwoord en deed het in de groene envelop. Een tegenzet duurde minstens een week, mede omdat ik fanatiek alles doorrekende en minutieus uitzocht in schaakboeken. Na een zet of tien stond er 'ik geef op'. We waren al maanden bezig en het was sowieso een kansloze wedstrijd voor hem. Ik stuurde een cent terug met 'nog een potje?' maar hoorde nooit meer wat. Misschien ook wel een beetje mijn eigen schuld.

zondag 12 april 2020

Dijkdoorbraak

Op de voorkant van De Volkskrant stond gisteren het logo van de gemeente Beuningen. Na de dijkdoorbraak.

Eerst het huidige logo:


En vervolgens het nieuwe:



Morgen beter

Hebt u dat ook wel eens? Dat u een idee heeft voor een verhaal, een 150-woorden-verhaal in mijn geval, dat u denkt dat schrijf ik zo even uit en dat u dan twee minuten later echt geen idee meer heeft waar het verhaal over zou moeten gaan?

Dat u heel intens heeft gedroomd met veel realistische of fantastische details en dat u twee seconden nadat u wakker bent geworden echt geen idee meer heeft waar de droom over ging?

Ik heb dat vaak. Jammer, denk ik dan, het had echt een top-verhaal kunnen worden of een top-verslag van deze absurdistische droom, een verhaal waar de lezers om hadden kunnen schateren.

Vandaag had ik dat ook. Tijdens het ontbijt, na het paaseitje en voor de thee, had ik het nog: een begin, een eind en een sluitende plot. Van voor naar achter, ik had het helemaal in mijn hoofd. Dacht ik.

Happy Pasedays everybody!

Checkpoint

Ondanks dat ik al de hele dag achter de laptop zit, heb ik in deze tijd de onbedwingbare neiging om computergames te spelen. En dan niet de moderne hits als Fortnite of Animal Crossing maar de klassiekers: Return to the Castle of Wolfenstein, alle Tomb Raiders en Far Cry. Eigenlijk gaat het allemaal over hetzelfde. Veel rennen, onderweg wat mensen neerschieten, nieuwe wapens krijgen, oude wapens upgraden, moeilijke puzzels oplossen, doodgaan... De meeste moeite heb ik met het vinden van de juiste gevraagde toetscombinaties bij een snelle combinatie en opeenvolging van acties. Rennen, springen, op F drukken, herhaaldelijk op E, schieten, even naar links en dan weer rennen.... En dan doe ik zo'n game echt op standje 'Tourist'. Hoe vaak ik al niet minimaal honderd keer een bepaalde zelfde actie heb moeten doen. Maar toch blijf ik het proberen. Desnoods maar de volgende dag. Of dat je dochter op bezoek komt en ik vraag het haar te proberen. 'Wat dan precies?', vraagt ze. Ik doe het voor en dan lukt het ineens. Daar is ie dan eindelijk, het volgende checkpoint! Pfew. Deze actie hoef ik nooit meer over te doen. Het is alsof je een diploma van school hebt gehaald. Dat euforische gevoel van, dit pakken ze nooit meer van me af!  

zaterdag 11 april 2020

Widdershins (2)


Rowland gaat naar de tovenaar Merlin om te vragen wat er met zijn zus is gebeurd en deze vertelt dat ze door de koning van Elfland naar de Donkere Toren is gebracht en alleen de moedigste ridder in het christelijke rijk kan haar ophalen.
De oudste broer besluit dat hij de reis moet maken en Merlin vertelt hem wat hij moet doen. Hij komt echter niet terug en de middelste broer vertrekt vervolgens, om hetzelfde lot te ondergaan. Eindelijk gaat Childe Rowland, met het zwaard dat hij van zijn vader kreeg, het zwaard Excalibur, ‘dat nooit tevergeefs getrokken werd om bescherming te bieden’. Merlin geeft hem zijn bevelen: hij moet het hoofd van iedereen die in Elfland tot hem spreekt afhakken tot hij zijn zus ziet en hij mag niet eten of drinken zolang hij in dat rijk is. Rowland gehoorzaamt de bevelen, onthoofdt een hoeder van paarden, van iemand die koeien weidt en een hoedster van kippen, die hem niet willen vertellen waar zijn zus is.

Klassenboek

Op de middelbare school was ik vaak verliefd. Je kunt wel zeggen, altijd. En dan niet op één meisje maar minstens op tien tegelijk. In mijn Ryam-agenda hield ik de scores bij. Alles goed gecodeerd want je kon niemand vertrouwen. Als het een meisje betrof uit een andere klas of een ander jaar, wilde ik natuurlijk als eerste haar naam weten. Maar daar om vragen durfde ik niet dus probeerde ik er achter te komen waar ze zat in de klas. Af en toe een blik links of rechts in de gang en dan wist ik het. Wij moesten op onze school altijd op een vaste plek zitten. Dat was handig voor de docenten. Een plattegrond met namen stond voor in het klassenboek. Ik was altijd op tijd op school en het was niet enorm lastig om quasi nonchalant even het boek van een andere klas uit het rek te halen en door te bladeren. Dat durfde ik dan weer wel. Achterste rij, derde van rechts. Dat moest haar zijn. Laura... Nog een mooie naam ook. 

vrijdag 10 april 2020

Nieuw vocabulaire


Het thuiswerken begint te wennen maar ik heb nog wel last van het vinden van de juiste woorden. Tot voor kort was het overzichtelijk. We vergaderden, we hadden een werkbespreking, een meeting, desnoods een bila… Bij dat laatste woord gaat mijn maag altijd opspelen, maar dit terzijde. Als je iemand digitaal iets wilde zeggen stuurde je een e-mail of mailtje en als het haast had of niet al te serieus een whatsapp of appje. O ja, we konden ook nog skypen of een conference call opzetten. Maar nu weet ik het niet meer. Een ‘vergadering via teams’, dat lukt nog wel maar wat als je even een-op-een wil afspreken? We spreken elkaar op de chat? Huh, wat bedoel je? Dat we gewoon met typen gaan chatten of doen we het met geluid en beeld? Bel ik dan jou of jij mij? Wat zeg ik in een e-mail als ik iemand wil vragen om het gesprek via een videocall te doen? Gaan we straks teamsvideocallen? Stuur je mij eerst een chatje?  En dan je moet uitkijken dat je niet per ongeluk zegt dat we iets ‘in teams’ gaan doen. Een misverstand ligt op de loer. Dat had ik ook al toen ik voorstelde een keer te gaan zoomen. Praat dan ook eens wat duidelijker, zou mijn moeder hebben gezegd. Nou ja, we komen er wel weer uit. Je ziet overigens dat collega’s ineens exact op tijd zijn bij zo’n chat. Alsof iedereen rechtsonder naar de klok op de laptop zit te kijken. We hebben om 15.00 uur afgesproken, het is nu 14.59 uur, 3,2,1… klik! Ik stel voor dat we dat straks, als alles weer normaal is, ook gaan doen. 'Let’s synchronize watches', zeiden ze dan vroeger in de film. Wachten voor de deur van de vergaderruimte, een ssst-gebaar maken, elkaar even aankijken en op de seconde precies naar binnen!

Ruggengraat


De ruggengraat van mijn muzikale biografie wordt gevormd door –chronologisch–
Congratulations - Cliff Richard.
That Day - The Golden Earrings
(Radio Caroline en Veronica)
A Witer Shade of Pale – Procol Harum
Waiting for the Sun - The Doors (album)
After Bathing at Baxter’s - Jefferson Airplane (album)
Atom Heart Mother en Echoes - Pink Floyd (albums)
Shake your Money Maker - The Black Crowes
Creep en Exit (for a film)- Radiohead
De 2nd Law - Muse
Ágætis Byrjun - Sigur Ros (album)
Reistu þig við, sólin er komin á loft...- For a Minor Reflection

Richard zong op het Eurovisiesongfestival in Londen. Ik was bij mij oom en tante in Engeland en kreeg de single als herinnering. That Day was de eerste popplaat van mijn tante Annie. Zo ontdekte ik (Neder)pop. In Noorwegen was ik in een jeugdherberg met een Noorse zwemploeg. Zij gaven mij The Doors. Jefferson Airplane en Pink Floyd ontdekt ik bij Hans van Dommele. For a minor Reflection speelde ooit in het voorprogramma van Sigur Ros.

donderdag 9 april 2020

De poort (3)

Behalve onze poort waren er natuurlijk ook andere gangen tussen de huizen. Vreemde poorten. Ik droom vaak dat ik in de poort loop aan de andere kant van de Lunettenstraat. Die straat heet tegenwoordig de Panovenstraat omdat er anders verwarring zou zijn met de nieuwe wijk Lunetten. Op zich wel een komisch besluit want in Lunetten heten, over verwarring gesproken, de straten naar regio's in de rest van Nederland. Zo woonde ik in Utrecht zowel in Twente als de Betuwe en wees ik dagelijks de weg naar Texel en Ameland. Maar goed. Die poort aan de andere kant was magisch. Je kon er helemaal in doorlopen naar het einde van het lange blok huizen. Je kwam dan uit bij een soort parkeerterrein waar bussen stonden. Meteen rechts was speelgoedwinkel De Boer en later Chinees restaurant Wan Soen. We kochten voor een paar gulden een bak nasi waar we dagen van aten. Heerlijk. De Chinees is er nog steeds, zie ik op StreetView. Maar door die lange poort durfde ik eigenlijk niet te lopen. Laat staan te fietsen. Nee, vroeger waren we zogenaamd een stuk toleranter. We werden er als kinderen weggejaagd. Het was niet onze poort! 

Maschinengewehrausbildung


Zoals u misschien weet, ben ik al vele jaren geabonneerd op het blad ‘Deutsche Flugillustrierte’. Eigenlijk vanaf het moment dat Thea Rasche Hauptschriftleiterin werd. 

Voor de jonge lezertjes: Thea Rasche was, voordat zij bij dit schitterende blad kwam te werken, een bekende Duitse aviatrice. In Nederland kennen we haar vooral als passagier van de Uiver met gezagvoerder Koene Dirk Parmentier in de bekende MacRobertson Air Race naar Melbourne, maar toen had zij al een hele carrière als luchtacrobate achter de rug.

Vooral de jaargangen 1933 en 1934 zijn een genot voor de liefhebber van de Duitse luchtvaart. Ik wijs u op het themanummer (1933-19) ‘25 Jahre Luftschiffbau Zeppelin’, maar ook nummer 28 van 15 juli 1934 van dit wekelijks verschijnende blad met als thema ‘Deutsche Sportflugzeuge’ mag niet ontbreken in deze bescheiden opsomming. Zeer lezenswaardig is ook het artikel ‘Japanische Frauen der Luftreserve an der Maschinengewehrausbildung’ in een uitgave van mei 1933. 

Kortom; dit fraai-geïllustreerde blad is een echte aanbeveling.


PS
Op 1 mei zendt de WDR tussen 16.45 en 17.30 uur een documentaire uit over Thea Rasche.