Achter het huis uit mijn jeugd was een
lange poort. Wij woonden helemaal aan het einde links. Voor mijn gevoel
speelden we altijd in die poort. Ik kan nu nog moeiteloos bedenken wie waar
woonde. Er waren buren die je nooit zag met een hoge schutting en een poortdeur
die altijd op slot was. Die mensen waren oud, boos, hadden blaffende honden en
kende je alleen van verhalen. Halverwege had je meneer en mevrouw De Rooy.
Die waren het meest gevaarlijk. Niemand wist meer waarom. En er waren buren
waar je gewoon de tuin in kon lopen. Daar woonden je vriendjes. Je moest altijd
uitkijken als je de tuin weer uitrende want er kon zomaar een fiets door de
poort sjezen. Helemaal aan het begin rechts kwam later een meisje wonen die op
die manier een voortand kwijtraakte. Ze was vrij opgevoed, mocht tot 11 uur
opblijven en was mooi. Nou ja, toen haar gebit weer hersteld was dan…
Mooi verhaal!
BeantwoordenVerwijderenWaarom noemen wij een poort eigenlijk een poort. Volgens mij noemt de rest van Nederland het een gangetje. Het was ook maar een 'poortje': drie stoeptegels breed.
Dat meisje, met die tand, (naast Spinhoven?) zegt me niets. Ze zal wel van jouw leeftijd zijn geweest.
Ik woon nu ook in een poort dus het zal toch wel gangbaar zijn. Dat meisje kwam er wonen toen jij al op de middelbare school zat. Ze heette Vera, geloof ik. Vera mocht alles wat wij niet eens in ons hoofd durfden te halen!
BeantwoordenVerwijderen