Ik voelde vannacht een deukje in mijn hersenpan. Het was me nooit eerder opgevallen. Dat moet de plek zijn waar ooit de hamer viel.
Aan het begin van mijn studie Fysische geografie dienden wij vier zaken aan te schaffen. Bergschoenen, een loep, een kompas en een geologenhamer. Die bergschoenen kocht ik niet. Ik had woestijnschoenen en die vond ik goed genoeg. Ze zaten heerlijk maar bij nat weer waren ze niet ideaal. Ik werd er door mijn studiegenoten met echte leren stappers om uitgelachen. Geloof me, na zes weken veldwerk in de Vogezen met alleen maar regen weet je heel goed waarom woestijnschoenen woestijnschoenen heten. De loep en het kompas kocht ik wel maar heb ik voor zover ik me het kan herinneren nooit gebruikt.
De geologenhamer daarentegen wel. Het was een hamer uit een stuk met zwart rubberen handvat. Bij de kop zat aan een kant een plat stuk en aan de andere kant een scherpe punt. Je kon er niets zinnigs mee doen maar ik had 'm de hele dag in mijn hand. Het voelde gewoon fijn. Klaar om op de rotsen te meppen of een kei te klieven. Met de punt mocht je eigenlijk niet slaan. Er zouden ijzersplinters van af kunnen komen en je ogen beschadigen. We deden het allemaal stiekem wel. Ook ’s avonds bij het gezamenlijk eten hing hij aan mijn riem en voelde ik er zo af en toe even aan.
Tijdens excursies ging mijn trouwe metgezel natuurlijk mee in de bus, netjes in het bagagerek boven mijn hoofd. Onder mijn jas, niets aan de hand. Maar in Luxemburg reden we over een onverharde weg met diepe kuilen. Alles hutste, schudde en rammelde en de hamer viel uit het rek. Met de punt naar beneden...
Aan het begin van mijn studie Fysische geografie dienden wij vier zaken aan te schaffen. Bergschoenen, een loep, een kompas en een geologenhamer. Die bergschoenen kocht ik niet. Ik had woestijnschoenen en die vond ik goed genoeg. Ze zaten heerlijk maar bij nat weer waren ze niet ideaal. Ik werd er door mijn studiegenoten met echte leren stappers om uitgelachen. Geloof me, na zes weken veldwerk in de Vogezen met alleen maar regen weet je heel goed waarom woestijnschoenen woestijnschoenen heten. De loep en het kompas kocht ik wel maar heb ik voor zover ik me het kan herinneren nooit gebruikt.
De geologenhamer daarentegen wel. Het was een hamer uit een stuk met zwart rubberen handvat. Bij de kop zat aan een kant een plat stuk en aan de andere kant een scherpe punt. Je kon er niets zinnigs mee doen maar ik had 'm de hele dag in mijn hand. Het voelde gewoon fijn. Klaar om op de rotsen te meppen of een kei te klieven. Met de punt mocht je eigenlijk niet slaan. Er zouden ijzersplinters van af kunnen komen en je ogen beschadigen. We deden het allemaal stiekem wel. Ook ’s avonds bij het gezamenlijk eten hing hij aan mijn riem en voelde ik er zo af en toe even aan.
Tijdens excursies ging mijn trouwe metgezel natuurlijk mee in de bus, netjes in het bagagerek boven mijn hoofd. Onder mijn jas, niets aan de hand. Maar in Luxemburg reden we over een onverharde weg met diepe kuilen. Alles hutste, schudde en rammelde en de hamer viel uit het rek. Met de punt naar beneden...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten